Amsterdam moet alsnog beslissen op Woo-bezwaar na termijnoverschrijding — RBAMS:2026:3073
Beroep niet tijdig beslissen / Wet open overheid (Woo)
Eiser / verzoeker
Particulier (naam geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
College van burgemeester en wethouders van Amsterdam
Beroep gegrond verklaard; gemeente Amsterdam moet binnen 14 dagen alsnog beslissen op het bezwaar, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €194 griffierecht en €467 proceskosten vergoeden.
- Gemeente Amsterdam overschreed de wettelijke beslistermijn van zes weken op het Woo-bezwaar (deadline 6 oktober 2025)
- Beroep wegens niet tijdig beslissen is ontvankelijk na correcte ingebrekestelling en wachttermijn van twee weken
- Gemeente moet binnen 14 dagen na uitspraak alsnog beslissen, anders dwangsom van €100 per dag (max €15.000)
- Niet-advocaat rechtsbijstandverlener zonder KvK-inschrijving erkend als beroepsmatig verlener van rechtsbijstand op basis van Belastingdienstregistratie en aantoonbare deskundigheid
- Proceskostenvergoeding vastgesteld op €467 met wegingsfactor 0,5 vanwege licht gewicht van de zaak
Samenvatting
Een Amsterdammer stapte naar de rechter omdat de gemeente Amsterdam te lang wachtte met een beslissing op zijn bezwaar. Het geschil draait om een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo), waarmee burgers overheidsinformatie kunnen opvragen.
De gemeente had op 14 juli 2025 beslist op het Woo-verzoek van de man. Hij was het daar niet mee eens en maakte de volgende dag bezwaar. Volgens de wet moet een bestuursorgaan in principe binnen zes weken op een bezwaar beslissen. Die termijn verstreek voor Amsterdam op 6 oktober 2025, maar de gemeente liet niets van zich horen.
Nadat de man de gemeente op 7 oktober 2025 formeel in gebreke had gesteld en twee weken waren verstreken zonder reactie, stelde hij op 22 oktober 2025 beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig nemen van een besluit. De gemeente reageerde ook niet op verzoeken van de rechtbank om stukken en een verweerschrift in te dienen.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn inderdaad was overschreden en dat de man alle stappen correct had gevolgd: eerst de ingebrekestelling, daarna het wachten op twee weken, en pas toen het beroep. Het beroep werd dan ook gegrond verklaard.
Een bijzonder punt in de uitspraak is de discussie over de proceskosten. De gemachtigde van de man is geen advocaat maar een zelfstandige rechtsbijstandverlener zonder vestigingsadres in de Basisregistratie Personen, waardoor inschrijving bij de Kamer van Koophandel naar eigen zeggen niet mogelijk is. De rechtbank oordeelde desondanks dat sprake is van beroepsmatige rechtsbijstand: de man staat geregistreerd bij de Belastingdienst als ondernemer onder de kleineondernemersregeling, werkt gemiddeld anderhalve dag per week als rechtsbijstandverlener en brengt kosten in rekening voor zijn diensten. Ook blijkt uit de ingediende stukken dat hij over voldoende juridische kennis beschikt.
De rechtbank droeg de gemeente Amsterdam op om binnen veertien dagen na verzending van de uitspraak alsnog een besluit op het bezwaar bekend te maken. Doet de gemeente dat niet op tijd, dan verbeurt zij een dwangsom van honderd euro per dag, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast moet Amsterdam het griffierecht van 194 euro terugbetalen en een proceskostenvergoeding van 467 euro betalen — berekend op basis van één punt voor het indienen van het beroepschrift, met een wegingsfactor van 0,5 omdat de zaak als licht wordt beschouwd.
Betrokken advocaten
Onbekend (geanonimiseerd)
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBAMS:2023:265, Rechtbank Amsterdam, 25-01-2023, AMS 22/6060
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2011:BV1633, Rechtbank Amsterdam, 10-11-2011, AWB 11-1944 BESLU
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2011:BT2658, Rechtbank Amsterdam, 25-08-2011, AWB 11-1940 BESLU
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBAMS:2011:BR6527, Rechtbank Amsterdam, 25-08-2011, AWB 11-2105 BESLU
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB - 25/5986
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3073