Man deels schuldig aan NOW-fraude: tweede aanvraag oplichting bewezen — RBAMS:2026:3250
NOW-fraude / oplichting coronasteun
Eiser / verzoeker
Openbaar Ministerie (officier van justitie mr. M.R. Paardekooper)
Verweerder / gedaagde
verdachte
De rechtbank sprak verdachte vrij van de eerste NOW-fraude maar achtte de oplichting met de tweede NOW-aanvraag van juli 2020 bewezen.
- Verdachte diende namens een schoonmaakbedrijf een NOW-aanvraag in met opgave van 100% omzetverlies, terwijl de werkzaamheden via een nieuw bedrijf gewoon doorgingen
- Het bestuur van het bedrijf was op papier overgedragen aan een katvanger die op dat moment op de intensive care lag en daarna gedetineerd was
- WhatsApp-berichten en IP-gegevens koppelen verdachte direct aan het indienen van de frauduleuze aanvraag en de verdeling van de uitkering
- Vrijspraak voor de eerste NOW-aanvraag omdat niet kon worden vastgesteld dat het bedrijf in die periode wel omzet had
- De medeverdachte werd aangemerkt als feitelijk leidinggever ondanks de formele overdracht van het bedrijf
Samenvatting
Een man uit Amsterdam staat terecht voor fraude met de NOW-regeling, de coronasteun die bedrijven tijdens de pandemie konden aanvragen om loonkosten te dekken. De rechtbank deed op 2 april 2026 uitspraak in een zaak die draait om een schoonmaakbedrijf dat op frauduleuze wijze bijna twee ton aan coronasteun zou hebben binnengehaald.
Het schoonmaakbedrijf, actief bij hotels in Amsterdam, vroeg in juli 2020 een NOW-uitkering aan waarbij een omzetverlies van 100 procent werd opgegeven voor de periode juni tot en met september 2020. De werkelijkheid was anders: de schoonmaakwerkzaamheden bij de hotels gingen gewoon door, maar werden gefactureerd onder de naam van een nieuw bedrijf dat pas op 23 juli 2020 werd opgericht. Facturen voor werkzaamheden in juni en juli 2020 werden op naam van dat nieuwe bedrijf gestuurd, terwijl het grotendeels hetzelfde personeel betrof en dezelfde hotelmanagers hun aanspreekpunt hielden. De omzet stroomde via het nieuwe bedrijf, terwijl het oude bedrijf op papier leeg leek en aanspraak maakte op coronasteun.
Uit onderzoek door de FIOD bleek dat verdachte nauw betrokken was bij de NOW-aanvraag. Op zijn telefoon werden WhatsApp-berichten aangetroffen waaruit bleek dat hij op 6 juli 2020 inlogde op het UWV-portaal, de aanvraag indiende en zijn medeverdachte vroeg om akkoord te geven. Telefoonnummers en het IP-adres waarvandaan de aanvraag werd gedaan, konden aan verdachte worden gelinkt. Kort na de uitbetaling van de eerste termijn van ruim 78.000 euro stuurde verdachte een foto van een briefje waarop precies de helft van dat bedrag was uitgerekend, wat duidt op een verdeling van de opbrengst.
Bijzonder was de constructie rondom het bestuur van het bedrijf. Op papier was het schoonmaakbedrijf op 5 maart 2020 overgedragen aan een nieuwe aandeelhouder en bestuurder. Die persoon bleek echter een katvanger: hij lag op dat moment op de intensive care en heeft daarna dertien maanden vastgezeten. Hij verklaart niets te maken te hebben gehad met het bedrijf en nooit iets te hebben getekend. De medeverdachte bleef na die zogenaamde overdracht gewoon de bankrekeningen beheren en was voor de hotelmanagers het vaste aanspreekpunt. De rechtbank concludeert dat het hier om een schijnconstructie gaat en dat de medeverdachte feitelijk de leiding bleef voeren.
Voor één van de twee NOW-aanvragen die oorspronkelijk ten laste waren gelegd, sprak de rechtbank verdachte vrij. Die eerste aanvraag dateerde van 6 april 2020, vlak nadat de lockdown inging. De rechtbank kon niet vaststellen dat het bedrijf in maart, april en mei wel degelijk omzet had gedraaid, en bovendien was de NOW-regeling op dat moment nog maar net bekend gemaakt. Er was geen bewijs dat de constructie met de katvanger specifiek was opgezet om coronasteun te ontvangen.
De rechtbank achtte de fraude met de tweede NOW-aanvraag, van 6 juli 2020, wel bewezen. Door voor te wenden dat er geen omzet meer was, terwijl feitelijk gewoon werd doorgewerkt via het nieuwe bedrijf, werd het UWV bewogen tot uitbetaling van ruim 156.500 euro aan voorschot. De zaak werd behandeld op basis van procesafspraken tussen het Openbaar Ministerie en de verdachte, waarbij ook geen bewijsverweren werden gevoerd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1931, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, NL25.49289
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:8937, Rechtbank Amsterdam, 20-11-2025, 81.185577.23
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:20664, Rechtbank Den Haag, 05-11-2025, NL25.27548
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2025:7053, Rechtbank Amsterdam, 23-09-2025, AMS 25/5215
Rechtbank Amsterdam · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 april 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
81-158650-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3250