Rechter wijst opschorting overlevering Poolse man aan Polen af — RBAMS:2026:3441
Opschorting feitelijke overlevering bij Europees aanhoudingsbevel
Eiser / verzoeker
Opgeëiste persoon (Poolse man)
Verweerder / gedaagde
Officier van justitie / uitvaardigende justitiële autoriteit Polen
Het verzoek tot opschorting van de feitelijke overlevering aan Polen is afgewezen; de overdracht dient binnen de wettelijke termijn van tien dagen te geschieden.
- Overlevering aan Polen was op 31 maart 2026 toegestaan; feitelijke overdracht moet binnen tien dagen plaatsvinden.
- Verzoek tot opschorting op grond van artikel 35 lid 3 OLW vereist ernstige humanitaire omstandigheden die leven of gezondheid in gevaar brengen.
- Ingediende asielaanvraag in Nederland levert op zichzelf geen gegronde reden op voor opschorting van de overlevering.
- Advocaat heeft onvoldoende onderbouwd dat de feitelijke overlevering het leven of de gezondheid van de opgeëiste persoon ernstig in gevaar brengt.
- Verzoek tot opschorting afgewezen; geen andere gronden voor uitstel vastgesteld.
Samenvatting
Een Poolse man die in Nederland vastzit, moet worden overgeleverd aan Polen. De rechtbank Amsterdam had die overlevering op 31 maart 2026 toegestaan, waarna hij in principe binnen tien dagen feitelijk overgedragen moest worden aan de Poolse autoriteiten.
De man deed via zijn advocaat een beroep op een wettelijke mogelijkheid om die overdracht tijdelijk uit te stellen. Hij had namelijk een asielaanvraag ingediend in Nederland, en zijn advocaat betoogde dat dit een reden was om de feitelijke overlevering op te schorten. Op grond van de Overleveringswet kan de rechtbank de overdrachtstermijn uitstellen als er ernstige humanitaire omstandigheden zijn die het leven of de gezondheid van de betrokkene ernstig in gevaar brengen.
De officier van justitie verzette zich tegen uitstel. Volgens het openbaar ministerie was er geen sprake van dergelijke ernstige humanitaire omstandigheden, zodat de wettelijke grond voor opschorting ontbrak. De enkele omstandigheid dat iemand asiel heeft aangevraagd, is op zichzelf niet voldoende om de overlevering te blokkeren of uit te stellen.
De rechtbank volgde het standpunt van het openbaar ministerie. Er zijn geen concrete aanwijzingen dat de overlevering het leven of de gezondheid van de man ernstig in gevaar zou brengen. De advocaat had daarvoor onvoldoende onderbouwing aangedragen, en ook ambtshalve zag de rechtbank geen andere reden om de overdrachtstermijn te verlengen. Het verzoek om opschorting werd dan ook afgewezen, zodat de overlevering aan Polen binnen de oorspronkelijk vastgestelde termijn kan plaatsvinden.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:6192, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 05-09-2025, 02-147285-25
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:GHARL:2024:6673, Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 25-10-2024, 21-003510-22
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · Strafrecht; Strafprocesrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:4491, Rechtbank Amsterdam, 17-07-2024, 13/120110-24
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht; Europees Strafrecht
ECLI:NL:RBAMS:2024:710, Rechtbank Amsterdam, 09-02-2024, 13/089344-23
Rechtbank Amsterdam · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 april 2026
Instantie
Rechtbank AmsterdamRechtsgebied
Strafrecht; Europees StrafrechtZaaknummer
13-017591-26
Procedure
Raadkamer
ECLI
ECLI:NL:RBAMS:2026:3441
Investeer in obligaties met hypothecaire zekerheden
- 6% vast rendement
- Stevige zekerheden
- Kwartaalbetalingen
- Vanaf €30.000
Beleggen brengt risico's met zich mee. U kunt uw inleg verliezen.