ECLI:NL:RBASS:2012:BY3509, Rechtbank Assen, 13-11-2012, 19.810466-10 — RBASS:2012:BY3509
Samenvatting
Vrijspraak De verdachte dient van het onder 1 primair en subsidiair en onder 2 tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht. De rechtbank overweegt dienaangaande het volgende. De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor weergegeven MMA-melding onvoldoende concreet en niet genoegzaam getoetst is om op zichzelf de grondslag te kunnen vormen voor een redelijk vermoeden als bedoeld in artikel 9 van de Opiumwet. De rechtbank stelt vast dat -behoudens een adrestoetsing- geen nader onderzoek is verricht, om de betrouwbaarheid van de informatie te toetsen. Gelet op de omstandigheid dat een onderzoek in de woning naar aanleiding van een eerdere MMA melding niets had opgeleverd, was nu extra reden om terughoudendheid te betrachten en nader onderzoek te verrichten. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, bij gebreke van een redelijk vermoeden voor de aanwezigheid van een hennepkwekerij in de woning van verdachte het binnentreden in de woning door de politie onrechtmatig was. Bij de beslissing welk gevolg aan het onrechtmatig binnentreden moet worden verbonden heeft de rechtbank op de voet van artikel 359a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering rekening gehouden met het belang dat het geschonden voorschrift dient, de ernst van het verzuim en het nadeel dat daardoor wordt veroorzaakt. Nu het in de woning aangetroffen bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en naar het oordeel van de rechtbank door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk (strafvorderlijk) voorschrift en rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden, dient dat materiaal van het bewijs te worden uitgesloten. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat door het onrechtmatig binnentreden het huisrecht van verdachte is geschonden. Omdat al het overige bewijsmateriaal, waaronder de verklaringen van de medeverdachten [V1] en [V2] bij de politie betreffende het aantreffen van de hennepkwekerij, een rechtstreeks resultaat zijn van dat onrechtmatig binnentreden, dient ook dat materiaal van het bewijs te worden uitgesloten. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van hetgeen haar is tenlastegelegd.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBNNE:2026:1024, Rechtbank Noord-Nederland, 31-03-2026, 18-276977-25
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:1002, Rechtbank Noord-Nederland, 31-03-2026, 18.090585.24
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:1021, Rechtbank Noord-Nederland, 31-03-2026, 18-218000-25 tussenvonnis
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBNNE:2026:872, Rechtbank Noord-Nederland, 23-03-2026, 18.211218.23
Rechtbank Noord-Nederland · Strafrecht; Materieel Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
13 november 2012
Instantie
Rechtbank AssenRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
19.810466-10
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBASS:2012:BY3509