ECLI:NL:RBDHA:2016:9622, Rechtbank Den Haag, 25-07-2016, 09/827219-16 — RBDHA:2016:9622
Samenvatting
Ongewenstverklaring (1F). De rechtbank schetst het toetsingskader en maakt een onderscheid tussen enerzijds het geval dat de bestuursrechter zich reeds inhoudelijk over de ongewenstverklaring heeft uitgelaten en anderzijds de situatie waarin dit niet het geval is. In dat eerste geval kan de strafrechter slechts zelfstandig te onderzoeken sprake is van evidente strijd met rechtstreeks werkende bepalingen van het Unierecht, waarbij dient hierbij te worden gedacht aan kennelijke misslagen, zoals het geval dat een beslissing gebaseerd blijkt te zijn op een evident onjuiste feitelijke grondslag. In het tweede geval kan aan de orde komen of ongewenstverklaring in overeenstemming is met rechtstreeks werkende bepalingen van het Unierecht. In casu oordeelt de rechtbank dat voldoende rekening is gehouden met de ernst van de feiten en de actualiteit daarvan. Dit maakt dat de rechtbank niet is gebleken van strijd met een Uniebepaling, zodat de beslissing moet worden geacht rechtmatig te zijn. Verdachte wordt vrijgesproken aangezien niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat hij ongewenst was verklaard.
Betrokken advocaten
mr. C.M. Offers
verdachte
mr. D.J.G.J. Cornelissen
verdachte
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:19126, Rechtbank Den Haag, 20-10-2025, 09/117735-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht; Materieel Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:15703, Rechtbank Den Haag, 22-08-2025, 09-105850-25
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:7068, Rechtbank Den Haag, 22-04-2025, 09/329920-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:6404, Rechtbank Den Haag, 16-04-2025, 09/062877-23, 09/102331-23 (ttz. gev.) en 09/207717-23 (ttz. gev.)
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 juli 2016
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
09/827219-16
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2016:9622