ECLI:NL:RBDHA:2018:4914, Rechtbank Den Haag, 18-04-2018, AWB - 17 _ 7532 — RBDHA:2018:4914
Samenvatting
Beleid ‘inzake aanvullende voorziening reisrecht ex artikel 11.5 van de Wsf 2000. Eiseres woont in [woonplaats], net over de grens, in Duitsland. Verweerder heeft de aanvraag om een extra voorziening afgewezen omdat de afstand tussen de dichtstbijzijnde grensovergang met Nederland en deze eerste bushalte in Nederland minder dan 10 km bedraagt. Verweerder gaat daarbij, anders dan in de Beleidsregel, niet uit van het woonadres van eiseres, omdat - zo is ter zitting gebleken - in artikel 1, onder h, van de Beleidsregel onder woonadres wordt verstaan het adres waaronder de studerende in de basisregistratie personen (brp) staat ingeschreven en eiseres gelet op haar woonadres in Duitsland niet over een brp-adres beschikt. De rechtbank acht deze inperking van de Beleidsregel niet redelijk en deze inperking ligt ook niet besloten in de Beleidsregel. Volgens vaste rechtspraak (o.a. Centrale Raad van Beroep, 29 november 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AF5472) wordt aangenomen dat het doel van de Beleidsregel erin is gelegen de thuiswonende studerende die een aanzienlijke afstand moet afleggen om de onderwijsinstelling te bereiken te compenseren indien hem geen openbaar vervoersvoorziening ter beschikking staat waarvan moet worden aangenomen dat van hem in redelijkheid kan worden gevergd daarvan gebruik te maken. Vast staat dat eiseres vanaf haar woonplaats in Duitsland tot aan de eerste bushalte in Nederland geen gebruik kan maken van het normale studentenreisproduct. In die zin staat haar dan ook geen openbaar vervoersvoorziening ter beschikking. Nu de afstand die eiseres moet afleggen voordat zij bij de eerste Nederlandse openbaar vervoersvoorziening is, meer dan 10 km bedraagt, dat wil zeggen buiten de aanvaardbare reisafstand als genoemd in de Beleidsregel, kan zij, naar het oordeel van de rechtbank, aanspraak maken op de aanvullende voorziening reisrecht als bedoeld in de Beleidsregel. De omstandigheid dat eiseres niet is ingeschreven in een Nederlandse brp, acht de rechtbank niet zodanig zwaarwegend dat op grond daarvan de aanvullende voorziening niet zou kunnen worden toegekend. Beroep gegrond.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2017:6478, Rechtbank Den Haag, 15-06-2017, AWB - 16 _ 7131
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2016:17177, Rechtbank Den Haag, 10-03-2016, AWB - 15 _ 7332_tus
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBDHA:2015:8119, Rechtbank Den Haag, 25-06-2015, AWB - 14 _ 10560
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBDHA:2015:6155, Rechtbank Den Haag, 29-05-2015, AWB - 15 _ 919
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 april 2018
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
AWB - 17 _ 7532
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2018:4914