ECLI:NL:RBDHA:2019:2196, Rechtbank Den Haag, 07-03-2019, C-09-560081-KG RK 18-1317 — RBDHA:2019:2196
Samenvatting
Verzoek tot onderhandse verkoop verpande aandelen. Afgewezen. Voordat tot executie van het pandrecht kan worden overgegaan zal eerst moeten worden vastgesteld of verweerder in verzuim is. Daarbij is van belang of er voor verweerder een verplichting bestaat tot het te koop aanbieden van zijn aandelen in de BV en zo ja, voor welke prijs. Nu beide partijen zich beroepen op de aandeelhoudersovereenkomst, is er sprake van een onderliggend geschil dat verband houdt met de aandeelhoudersovereenkomst. Een dergelijk geschil dient op grond van artikel 11 van de aandeelhoudersovereenkomst te worden beslecht door één adviseur die uitspraak zal doen in de vorm een arbitraal vonnis dan wel een bindend advies. Pas indien vervolgens komt vast te staan dat verzoekster het recht van parate executie heeft, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de pandhouder of de pandgever bepalen of de aandelen anders dan in het openbaar verkocht mogen worden. Het verzoek is prematuur.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:3862, Rechtbank Den Haag, 05-03-2025, C/09/680624 KG ZA 25-160
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
ECLI:NL:GHDHA:2024:1560, Gerechtshof Den Haag, 17-09-2024, 200.335.461/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:13684, Rechtbank Den Haag, 20-09-2023, C/09/641162/HA ZA 23-61
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBAMS:2023:481, Rechtbank Amsterdam, 26-01-2023, C/13/722751 / HA RK 22-319
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht
Gegevens
Datum uitspraak
7 maart 2019
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C-09-560081-KG RK 18-1317
Procedure
Kort geding
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2019:2196