Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2020:6856Civiel Recht

ECLI:NL:RBDHA:2020:6856, Rechtbank Den Haag, 24-07-2020, C-09-593800-KG ZA 20-493 — RBDHA:2020:6856

Samenvatting

De voorzieningenrechter heeft vandaag geoordeeld dat de Staat de beperkende maatregelen om verspreiding van Covid-19 te voorkomen niet hoeft in te trekken. De vordering van Stichting Viruswaarheid.nl (actiegroep Viruswaanzin) is op alle onderdelen afgewezen. Maatregelen niet onrechtmatig De vrijheidsbeperkende maatregelen die de Staat heeft genomen zijn volgens de voorzieningenrechter niet onrechtmatig. De Staat handelt hierbij voldoende zorgvuldig. Want vooraf wordt steeds advies van een team deskundigen verenigd in het Outbreak Management Team ingewonnen. Daarna worden de diverse belangen gewogen en maakt de Staat beleidskeuzes. Met die keuzes is niet iedereen in Nederland het eens. Er is veel (populair-) wetenschappelijke discussie over aard, ernst en aanpak van het coronavirus. Dat betekent echter niet dat de door de Staat gekozen aanpak evident onjuist is. Het gaat hierbij niet alleen om de ernst van de ziekteverschijnselen en (een schatting van) het percentage besmette mensen dat aan de ziekte zal overlijden maar ook om het risico op massale besmetting en verspreiding en als gevolg daarvan overbelasting van het zorgsysteem. De Staat komt bij zijn afweging van al deze belangen een grote mate van beoordelingsvrijheid toe. Het is niet aan de rechter in kort geding om een ‘battle of experts’ te beslechten. De door de Staat genomen maatregelen zijn ook niet disproportioneel. Er vindt geregeld evaluatie plaats. Dat heeft al aantoonbaar geleid tot versoepelingen van eerder genomen maatregelen. Voldoende wettelijke basis De noodverordeningen die op dit moment ten grondslag liggen aan de maatregelen bieden vooralsnog daarvoor voldoende wettelijke basis. Het wetsvoorstel voor een Tijdelijke wet maatregelen Covid-19 waaraan momenteel wordt gewerkt is nog in een conceptfase. Het uiteindelijke wetsvoorstel zal het gebruikelijke wetgevingsproces moeten doorlopen. Voor rechterlijk ingrijpen is dan ook geen plaats.

Betrokken advocaten

mr. J. Bootsma

eiser

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, 'S-GRAVENHAGE

mr. G.C.L. van de Corput

eiser

Lexion Advocaten, BREDA

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

24 juli 2020

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

C-09-593800-KG ZA 20-493

Procedure

Kort geding

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2020:6856

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Wrakingsverzoek vrouw tegen kantonrechter afgewezen
Rechtbank Den Haag·30 mrt 2026
Civiel Recht
Rechter gewraakt na bevooroordeelde brief in huurgeschil
Rechtbank Den Haag·30 mrt 2026
Civiel Recht
RBDHA:2026:6402
Rechtbank Den Haag·23 mrt 2026
Civiel Recht
RBDHA:2026:7260
Rechtbank Den Haag·19 mrt 2026
Civiel Recht
RBDHA:2026:6278
Rechtbank Den Haag·19 mrt 2026
Civiel Recht