ECLI:NL:RBDHA:2021:12640, Rechtbank Den Haag, 18-11-2021, AWB 20/2594 — RBDHA:2021:12640
Samenvatting
Verweerder heeft vastgesteld dat dat het verblijfsrecht van eiseres is geëindigd en dat eiseres geen duurzaam verblijfsrecht heeft als bedoeld in artikel 8.17 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Door alleen een gezamenlijke huishouding en feitelijke samenwoning als bewijs van de gestelde duurzame relatie te accepteren en geen acht te slaan op de overige door eiseres overgelegde stukken, heeft verweerder een te beperkte uitleg heeft gegeven van het begrip 'deugdelijk bewezen duurzame relatie'. Beroep gegrond.
Betrokken advocaten
mr. H. Chamkh
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:4046, Raad van State, 27-08-2025, 202304482/1/V3 en 202304625/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:23409, Rechtbank Den Haag, 18-12-2024, NL21.14645
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:23058, Rechtbank Den Haag, 26-07-2024, NL23.28075 en NL23.28076
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:11879, Rechtbank Den Haag, 25-07-2024, NL23.37491 en NL23.2712
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 november 2021
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB 20/2594
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:12640