ECLI:NL:RBDHA:2021:8682, Rechtbank Den Haag, 09-08-2021, NL21.12163 — RBDHA:2021:8682
Samenvatting
Vreemdelingenrecht, bewaring o.g.v. de Dublinverordening. Arrest Amayry en maximum bewaringstermijn. Als verweerder bij een voorgaande maatregel van bewaring reeds een periode van zes weken – dan wel een periode die de duur van zes weken niet ruimschoots overschrijdt – heeft gehad om de overdracht geldig uit te voeren, kan hij de vreemdeling vervolgens niet opnieuw in bewaring stellen om diezelfde overdracht uit te voeren. Eiser heeft bij een voorgaande maatregel al bijna vijf weken op grond van artikel 59a Vw met het oog op zijn overdracht naar Zwitserland in bewaring gezeten. Eiser kon desondanks opnieuw met het oog op zijn overdracht naar Zwitserland in bewaring worden gesteld, omdat de zeswekentermijn van artikel 28 van de Dublinverordening in totaal niet ruimschoots wordt overschreden. Zijn vlucht staat binnenkort gepland. Bewaring duurt vooralsnog rechtmatig voort. Beroep ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. L. Mol
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1939, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.60394
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:20469, Rechtbank Den Haag, 03-11-2025, NL25.50996
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:19791, Rechtbank Den Haag, 27-10-2025, NL25.21404
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:18927, Rechtbank Den Haag, 14-10-2025, NL25.47182
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
9 augustus 2021
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL21.12163
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2021:8682