ECLI:NL:RBDHA:2022:1081, Rechtbank Den Haag, 16-02-2022, C/09/588994 / HA ZA 20-221 — RBDHA:2022:1081
Samenvatting
Nederlands deel van Europees octrooi: inbreukvordering afgewezen, niet toegekomen aan beoordeling voorwaardelijke nietigheid. Art. 52 lid 9 ROW. Art. 69 lid 1 EOV. Artikel 52 lid 9 ROW biedt geen grond om aan te nemen dat een buitenlandse partij die op de Nederlandse markt opereert en aangesproken wordt op een inbreuk op het Nederlands deel van een octrooi, in tegenstelling tot een Nederlandse partij in gelijke omstandigheden, geen beroep mag doen op de (mogelijk) voor dat Nederlandse deel uit de vertaling voortvloeiende beperktere bescherming van het octrooi. Een andersluidend oordeel zou Nederlandse partijen een (ongerechtvaardigd) concurrentievoordeel kunnen verschaffen ten opzichte van op de Nederlandse markt opererende buitenlandse bedrijven, wat te minder gerechtvaardigd is als het bedrijven met vestiging in een ander EU-land betreft, zoals hier. Beoordeling beschermingsomvang van een Europees octrooi op grond van artikel 69 lid 1 EOV.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:27, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 27-01-2026, 24/1105
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:624, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 25-11-2025, 24/593
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2024:823, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12-11-2024, 21/491, 22/2547 en 23/238
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2024:436, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 02-07-2024, 22/2300
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
16 februari 2022
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrechtZaaknummer
C/09/588994 / HA ZA 20-221
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:1081