Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2022:12614Strafrecht

ECLI:NL:RBDHA:2022:12614, Rechtbank Den Haag, 11-10-2022, C/09/635129 / KG RK 22-1139 — RBDHA:2022:12614

Samenvatting

Verzoek tot wraking afgewezen. De rechtbank heeft uitvoerig en expliciet overwogen dat er sprake is van een voorlopig oordeel, zowel voorafgaand aan de beoordeling als in de beoordeling zelf. Daarbij heeft de rechtbank gemotiveerd waarom zij van oordeel is dat de verzoeken – voor zover die zien op de rechtmatigheid van de verkrijging van de Sky-data in Frankrijk – naar haar voorlopig oordeel afstuiten op het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Uit de bewoordingen van de (tussen)beslissing van de rechtbank is naar het oordeel van de wrakingskamer geen objectieve vrees van vooringenomenheid af te leiden. Voor zover verzoeker heeft betoogd dat het ontbreekt aan enig vooruitzicht op ‘latere ontwikkelingen’ of nadere stukken die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de toepasselijkheid van het vertrouwensbeginsel en dat hierdoor niet valt in te zien dat de rechtbank in een later stadium anders zal oordelen dan zij bij haar beslissing van 8 september 2022 heeft gedaan, overweegt de wrakingskamer dat dit ook geen grond op kan leveren voor wraking. Inherent aan een rechterlijke beslissing op onderzoekswensen van de verdediging die tijdens een zogeheten pro forma zitting zijn behandeld, is dat over die wensen oordelen worden gegeven zonder te beslissen op de voor- en hoofdvragen van artikel 348 en 350 en de sanctionering van eventuele vormverzuimen in het voorbereidend onderzoek op grond van artikel 359a van het wetboek van Strafvordering (Sv). Anders dan verzoeker betoogt, maakt de omstandigheid dat, zoals hij zelf stelt, naar verwachting in een later stadium geen nieuwe informatie beschikbaar zal komen, niet dat de rechtbank bij haar motivering van de voorlopige oordelen in haar beslissing van 8 september 2022 de (objectieve) schijn van vooringenomenheid over zich heeft afgeroepen. Verder geldt dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking; wraking is immers geen verkapt rechtsmiddel.

Betrokken advocaten

mr. R.D.A. van Boom

verzoeker

Van Boom Reisinger Advocaten, UTRECHT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

11 oktober 2022

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

C/09/635129 / KG RK 22-1139

Procedure

Wraking

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2022:12614

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken