Juristi.nl

ECLI:NL:RBDHA:2022:13492, Rechtbank Den Haag, 29-11-2022, 21/2906 — RBDHA:2022:13492

Samenvatting

Pw. Ontvangen dwangsommen in verband met trage besluitvorming in een asielprocedure. Eiser vindt dat deze in zijn geval op grond van de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) – over een effectief rechtsmiddel – als immateriële schadevergoeding en niet als middel in de zin van artikel 31, eerste lid, van de Pw worden aangemerkt. De dwangsommen hebben in casu feitelijk niet kunnen verhinderen dat hij onaanvaardbaar lang op een beslissing op zijn asielaanvraag heeft moeten wachten. Daarom zijn ze geen effectief rechtsmiddel gebleken om de besluitvorming te bespoedigen. De rechtbank volgt eiser hierin niet. De gelden dienen als dwangsom in de zin van artikel 4:17 van de Awb te worden aangemerkt (vermogen). Eiser heeft op dit vermogen te snel ingeteerd. Tekort schietend besef van verantwoordelijkheid. Verweerder was bevoegd de bijstand in de vorm van een geldlening te verstrekken.

Betrokken advocaten

mr. A.M. de Jong

eiser

Poët Advocaten, AMSTERDAM

mr. J.H. Kruseman

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

29 november 2022

Zaaknummer

21/2906

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2022:13492

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:6440
Rechtbank Den Haag·26 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBDHA:2026:6419
Rechtbank Den Haag·24 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBDHA:2026:6431
Rechtbank Den Haag·23 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBDHA:2026:6744
Rechtbank Den Haag·20 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
RBDHA:2026:5839
Rechtbank Den Haag·19 maart 2026
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht