Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2022:4268Bestuursrecht

ECLI:NL:RBDHA:2022:4268, Rechtbank Den Haag, 21-04-2022, SGR 20/1802 — RBDHA:2022:4268

Samenvatting

Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard, nu geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank acht hierbij van doorslaggevend belang dat nog altijd niet duidelijk is geworden wie een hersenbloeding heeft gehad en wanneer dit precies is geweest. De toelichting van de huidige gemachtigde komt niet overeen met de eerdere verklaring van eiseres. Ook ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres geen helderheid kunnen verschaffen over wie een hersenbloeding gehad zou hebben, wanneer dit is geweest en hoe de feitelijke gang van zaken heeft plaatsgevonden rondom het indienen van het bezwaarschrift. Er zijn ook geen medische stukken ingediend die de benodigde duidelijkheid zouden kunnen verschaffen over wie wanneer een hersenbloeding heeft gehad. Los hiervan is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat het voor eiseres onmogelijk was om tijdig bezwaar te maken, eventueel op nader aan te voeren gronden. Het beroep is ongegrond.

Betrokken advocaten

mr. F.A. Broersma

eiser

Broersma Advocatenkantoor, TER APEL

mr. N. Zuidersma-Hovers

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

21 april 2022

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

SGR 20/1802

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2022:4268

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Wrakingsverzoek afgewezen: rechter mocht kritische vragen stellen
Rechtbank Den Haag·30 maart 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:6403
Rechtbank Den Haag·25 maart 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:6003
Rechtbank Den Haag·24 maart 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:6404
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Bestuursrecht