ECLI:NL:RBDHA:2022:4268, Rechtbank Den Haag, 21-04-2022, SGR 20/1802 — RBDHA:2022:4268
Samenvatting
Het bezwaar is terecht niet-ontvankelijk verklaard, nu geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank acht hierbij van doorslaggevend belang dat nog altijd niet duidelijk is geworden wie een hersenbloeding heeft gehad en wanneer dit precies is geweest. De toelichting van de huidige gemachtigde komt niet overeen met de eerdere verklaring van eiseres. Ook ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres geen helderheid kunnen verschaffen over wie een hersenbloeding gehad zou hebben, wanneer dit is geweest en hoe de feitelijke gang van zaken heeft plaatsgevonden rondom het indienen van het bezwaarschrift. Er zijn ook geen medische stukken ingediend die de benodigde duidelijkheid zouden kunnen verschaffen over wie wanneer een hersenbloeding heeft gehad. Los hiervan is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk gemaakt dat het voor eiseres onmogelijk was om tijdig bezwaar te maken, eventueel op nader aan te voeren gronden. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. N. Zuidersma-Hovers
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1807, Rechtbank Den Haag, 03-02-2026, NL26.03569
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1796, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL26.3565
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25581, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, 25.61198
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25582, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, 25.61199
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
21 april 2022
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
BestuursrechtZaaknummer
SGR 20/1802
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2022:4268