ECLI:NL:RBDHA:2023:19268, Rechtbank Den Haag, 01-12-2023, SGR 22/2375 — RBDHA:2023:19268
Samenvatting
Proceskostenvergoeding in bezwaar terecht afgewezen. Van beroepsmatig verleende rechtsbijstand is geen sprake omdat sprake is van een familierelatie en de gemachtigde tot hetzelfde huishouden behoort als eiseres. Beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet. De gemachtigde van eiseres had op grond van zijn kennis van het bestuursrecht en ervaring als rechtsbijstandverlener moeten weten dat het niet op zakelijke basis verlenen van rechtsbijstand aan een familielid die tot hetzelfde huishouden behoort, niet tot vergoeding van de proceskosten had kunnen leiden.
Betrokken advocaten
mr. L.M.R. Kater
eiser
I.T. Martens
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CRVB:2026:12, Centrale Raad van Beroep, 08-01-2026, 23/2630 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24212, Rechtbank Den Haag, 30-12-2025, 25/1014
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14505, Rechtbank Rotterdam, 15-12-2025, ROT 25/909
Rechtbank Rotterdam · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1823, Centrale Raad van Beroep, 10-12-2025, 25/106 WLZ
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
1 december 2023
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; BestuursprocesrechtZaaknummer
SGR 22/2375
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:19268