ECLI:NL:RBDHA:2023:2914, Rechtbank Den Haag, 07-03-2023, C/09/612941 / FA RK 21-3720 — RBDHA:2023:2914
Samenvatting
Verklaring voor recht dat onderdeel i van bepaling A van de huwelijkse voorwaarden van partijen dat ziet op het geval dat de vrouw geen aanspraak heeft op de helft van het vermogen van de man ingeval zij het verzoek tot echtscheiding indient, in de situatie van partijen geen resultaat oplevert dat onverenigbaar is met de openbare orde, zodat op grond van de huwelijkse voorwaarden de aanspraak van de vrouw op het vermogen van de man vervalt, gelet op het feit dat zij het verzoek tot echtscheiding heeft ingediend; Bepaling dat ter zake de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, in het bijzonder de bruidsgave, de man een bedrag van 40.000.265,50 en 150 volle Bahar-Azadi gouden munten aan de vrouw dient te betalen c.q. over te dragen, waarvan 40 Bahar-Azadi gouden munten pas aan de vrouw behoeven te worden overgedragen, zodra de man daartoe (weer) voldoende draagkracht heeft.
Betrokken advocaten
mr. A.G.G. Balkenende te Katwijk
belanghebbende
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:20793, Rechtbank Den Haag, 17-10-2025, C/09/692046 / FA RK 25-7210
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:16615, Rechtbank Den Haag, 26-08-2025, C/09/688571 / FA RK 25-5377
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBDHA:2023:21506, Rechtbank Den Haag, 12-01-2023, C/09/623456 / FA RK 22-66
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBAMS:2022:3674, Rechtbank Amsterdam, 29-06-2022, 707286 en 713312
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
7 maart 2023
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Personen- En FamilierechtZaaknummer
C/09/612941 / FA RK 21-3720
Procedure
Beschikking
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:2914