ECLI:NL:RBDHA:2023:8986, Rechtbank Den Haag, 22-06-2023, NL23.9682 — RBDHA:2023:8986
Samenvatting
TKB IRV. De rechtbank is van oordeel dat er ten onrechte een terugkeerbesluit zonder vertrektermijn is opgelegd. De van toepassing geachte lichte gronden zijn onvoldoende gemotiveerd. Het inreisverbod is daarmee ook ten onrechte opgelegd. Het beroep is in zoverre gegrond. Het terugkeerbesluit blijft in stand.
Betrokken advocaten
mr. K. Jansen
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:892, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, NL24.48275
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:289, Raad van State, 21-01-2026, BRS.25.002170
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:240, Rechtbank Den Haag, 08-01-2026, NL25.58587
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:170, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL25.22685 en NL25.22686
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
22 juni 2023
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL23.9682
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2023:8986