Juristi.nl

ECLI:NL:RBDHA:2024:11870, Rechtbank Den Haag, 30-07-2024, C/09/667103 / FA RK 24-3824 — RBDHA:2024:11870

Samenvatting

Internationale kinderontvoering – teruggeleiding naar Suriname. Niet in geschil is dat de moeder belast is met het eenhoofdig gezag over de minderjarige. Uit de stellingen van de ouders over en weer blijkt dat het in ieder geval voor beide partijen vanaf mei 2024, toen de moeder naar Nederland kwam en de minderjarige wilde ophalen, duidelijk was dat de moeder niet langer toestemming gaf voor een verblijf in Nederland. Gelet hierop komt de rechtbank tot het oordeel dat de minderjarige vanaf mei 2024 zonder toestemming van de moeder in Nederland verbleef zodat er vanaf mei 2024 sprake is van ongeoorloofde vasthouding in de zin van artikel 3 van het Verdrag. De rechtbank kan niet objectief vaststellen dat sprake is van een zodanig ernstige situatie dat er sprake zou zijn van een ondragelijke toestand voor de minderjarige op het moment dat hij zal terugkeren naar Suriname en gaat daarom voorbij aan dit verweer van de vader. Hoewel de minderjarige duidelijk de wens heeft om in Nederland te blijven, is de rechtbank niet gebleken dat sprake is van verzet zoals wordt bedoeld in het Verdrag. Nog daargelaten dat zijn leeftijd en mate van rijpheid niet rechtvaardigen dat rekening wordt gehouden met zijn mening, is gebleken dat de minderjarige zich in een ernstig loyaliteitsconflict bevindt door het gebrek aan goede communicatie tussen de ouders. Nu er geen sprake is van de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 13 lid 1 sub b en artikel 13 lid 2 van het Verdrag en ook niet gebleken is dat er sprake is van een van de overige in artikel 13 van het Verdrag genoemde weigeringsgronden – de vader heeft hierop ook geen beroep gedaan –, terwijl er minder dan een jaar is verstreken tussen de ongeoorloofde vasthouding van de minderjarige en de indiening van het verzoekschrift, dient ingevolge artikel 12 lid 1 van het Verdrag de onmiddellijke terugkeer van de minderjarige te volgen.

Betrokken advocaten

mr. I.M.G. Maste

belanghebbende

Hillen Van Tol advocatuur en mediation, ALMERE

mr. A. van Toorn

belanghebbende

VanToornLegal, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

30 juli 2024

Zaaknummer

C/09/667103 / FA RK 24-3824

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2024:11870

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:5899
Rechtbank Den Haag·24 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5859
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5858
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5860
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5861
Rechtbank Den Haag·10 maart 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht