ECLI:NL:RBDHA:2024:13982, Rechtbank Den Haag, 04-09-2024, C/09/649186 / HA ZA 23-535 — RBDHA:2024:13982
Samenvatting
ENGIE heeft van 2013 tot 2016 belasting betaald voor het verbruik van kolen waarmee zij destijds in haar kolencentrales elektriciteit opwekte. In 2018 heeft de Hoge Raad in een fiscale procedure de bezwaren van ENGIE tegen de heffing van die kolenbelasting definitief verworpen. In 2023 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in het arrest Endesa prejudiciële vragen beantwoord over de uitleg van de Energiebelastingrichtlijn naar aanleiding van de heffing van kolenbelasting in Spanje. Vervolgens dient ENGIE bij de inspecteur een verzoek in tot ambtshalve vermindering van de geheven kolenbelasting. Dit verzoek wordt afgewezen. In deze procedure vordert ENGIE van de Staat en de Ontvanger terugbetaling van de kolenbelasting, onder meer omdat de afwijzing van het verzoek tot ambtshalve vermindering in strijd zou zijn met het arrest Endesa en het Unierecht. De rechtbank is dat niet met ENGIE eens. De rechtbank is ook overigens van oordeel dat de Staat en de Ontvanger niet aansprakelijk zijn voor de schade die ENGIE als gevolg van de heffing van kolenbelasting heeft geleden. Anders dan ENGIE heeft betoogd is namelijk geen sprake van kennelijke, voldoende gekwalificeerde schendingen van het Unierecht of nationaal recht wegens onrechtmatige rechtspraak (te weten het arrest van de Hoge Raad in de belastingzaak), onrechtmatige wetgeving in verband met het instellen van de kolenbelasting of onrechtmatige uitvoeringshandelingen door de Belastingdienst in verband met de ingestelde kolenbelasting. Alle vorderingen van ENGIE worden dan ook afgewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2024:2590, Gerechtshof Amsterdam, 16-07-2024, 200.240.168/01 200.241.208/01 200.241.690/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2022:2888, Gerechtshof Den Haag, 19-07-2022, 200.302.546/01
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2022:2448, Rechtbank Den Haag, 23-03-2022, C-09-540872-HA ZA 17-1048
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2021:350, Rechtbank Den Haag, 20-01-2021, C/09/586476 / HA ZA 20-47
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 september 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
C/09/649186 / HA ZA 23-535
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:13982