Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2024:20984Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2024:20984, Rechtbank Den Haag, 02-12-2024, NL24.4069 — RBDHA:2024:20984

Samenvatting

Deze zaak gaat over het niet in behandeling nemen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel “Privéleven op grond van artikel 8 EVRM” van een minderjarige met de Armeense nationaliteit. Eiser heeft de leges niet betaald, maar verweerder heeft de aanvraag niet om die reden niet in behandeling kunnen nemen. De rechtbank kijkt of de rechtsgevolgen in stand gelaten kunnen worden. De rechtbank is van oordeel van niet. De rechtbank volgt eiser in zijn stelling dat de door verweerder in het besteden besluit gemaakte belangenafweging ondeugdelijk is omdat het belang van eiser onvoldoende is gemotiveerd. Verweerder heeft de psychische problemen van eiser niet betrokken. Gelet op de psychische klachten die eiser had en nog steeds heeft en de mogelijke invloed van de terugkeer naar Armenië op zijn ontwikkeling, komt de rechtbank tot de conclusie dat de motivering van verweerder dat geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden in de zin van Arrest Butt tegen Noorwegen niet overtuige

Betrokken advocaten

mr. F. Fonville

eiser

M. Latul

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

2 december 2024

Zaaknummer

NL24.4069

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2024:20984

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst schadevergoeding af voor Ghanese man in vreemdelingenbewaring
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Ghanees krijgt geen verblijfsdocument EU/EER: relatie onvoldoende bewezen
Rechtbank Den Haag·8 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter bevestigt bewaring Marokkaanse asielzoeker in grensprocedure
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter: minister moet binnen 8 weken beslissen op Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag na 21 maanden wachten
Rechtbank Den Haag·7 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht