ECLI:NL:RBDHA:2024:20984, Rechtbank Den Haag, 02-12-2024, NL24.4069 — RBDHA:2024:20984
Samenvatting
Deze zaak gaat over het niet in behandeling nemen van een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel “Privéleven op grond van artikel 8 EVRM” van een minderjarige met de Armeense nationaliteit. Eiser heeft de leges niet betaald, maar verweerder heeft de aanvraag niet om die reden niet in behandeling kunnen nemen. De rechtbank kijkt of de rechtsgevolgen in stand gelaten kunnen worden. De rechtbank is van oordeel van niet. De rechtbank volgt eiser in zijn stelling dat de door verweerder in het besteden besluit gemaakte belangenafweging ondeugdelijk is omdat het belang van eiser onvoldoende is gemotiveerd. Verweerder heeft de psychische problemen van eiser niet betrokken. Gelet op de psychische klachten die eiser had en nog steeds heeft en de mogelijke invloed van de terugkeer naar Armenië op zijn ontwikkeling, komt de rechtbank tot de conclusie dat de motivering van verweerder dat geen sprake is van uitzonderlijke omstandigheden in de zin van Arrest Butt tegen Noorwegen niet overtuige
Betrokken advocaten
mr. F. Fonville
eiser
M. Latul
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2025:219, Raad van State, 27-01-2025, BRS.24.000070
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:17851, Rechtbank Den Haag, 27-08-2024, NL23.38753
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2024:2554, Raad van State, 25-06-2024, 202403124/1/V2 en 202403124/2/V2
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2024:8450, Rechtbank Den Haag, 29-05-2024, NL24.17051
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
2 december 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.4069
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:20984