Juristi.nl

ECLI:NL:RBDHA:2024:21532, Rechtbank Den Haag, 18-12-2024, C/09/627720 — RBDHA:2024:21532

Samenvatting

In incident: de vordering tot nietigverklaring van de dagvaarding (wegens onbegrijpelijkheid) is afgewezen, nu uit de verweren valt af te leiden dat gedaagden goed begrijpen wat hen wordt verweten en dus niet in hun verdediging zijn geschaad. In de hoofdzaak: alle vorderingen zijn gebaseerd op vermeende inbreuk op zeven buitenlandse octrooien en worden afgewezen, nu eiser geen informatie heeft verstrekt over het toepasselijke buitenlandse octrooirecht, de octrooischriften niet heeft overgelegd (zodat niet kan worden vastgesteld wie de octrooihouder is en wat de beschermingsomgang van de octrooien is), niet kan worden aangenomen dat de beschermingsomvang van de buitenlandse octrooien eender is aan EP 874 en onvoldoende heeft onderbouwd wat de samenstelling is van de vermeend inbreukmakende producten.

Betrokken advocaten

mr. J.P. de Man

eiser

mr. J.P. de Man, ROSMALEN

mr. J.J. Dijkman

eiser

Köster Advocaten, HAARLEM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

18 december 2024

Zaaknummer

C/09/627720

Procedure

Bodemzaak

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2024:21532

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:6008
Rechtbank Den Haag·20 maart 2026
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
RBDHA:2026:5265
Rechtbank Den Haag·12 maart 2026
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
RBDHA:2026:5128
Rechtbank Den Haag·12 maart 2026
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
RBDHA:2026:5411
Rechtbank Den Haag·11 maart 2026
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht
RBDHA:2026:5091
Rechtbank Den Haag·11 maart 2026
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrecht