ECLI:NL:RBDHA:2024:21532, Rechtbank Den Haag, 18-12-2024, C/09/627720 — RBDHA:2024:21532
Samenvatting
In incident: de vordering tot nietigverklaring van de dagvaarding (wegens onbegrijpelijkheid) is afgewezen, nu uit de verweren valt af te leiden dat gedaagden goed begrijpen wat hen wordt verweten en dus niet in hun verdediging zijn geschaad. In de hoofdzaak: alle vorderingen zijn gebaseerd op vermeende inbreuk op zeven buitenlandse octrooien en worden afgewezen, nu eiser geen informatie heeft verstrekt over het toepasselijke buitenlandse octrooirecht, de octrooischriften niet heeft overgelegd (zodat niet kan worden vastgesteld wie de octrooihouder is en wat de beschermingsomgang van de octrooien is), niet kan worden aangenomen dat de beschermingsomvang van de buitenlandse octrooien eender is aan EP 874 en onvoldoende heeft onderbouwd wat de samenstelling is van de vermeend inbreukmakende producten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBMNE:2024:1186, Rechtbank Midden-Nederland, 06-03-2024, C/16/540990 / HA ZA 22-363
Rechtbank Midden-Nederland · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBAMS:2023:6961, Rechtbank Amsterdam, 01-11-2023, C/13/739896 / KG ZA 23-868
Rechtbank Amsterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBNHO:2023:9057, Rechtbank Noord-Holland, 07-09-2023, C/15/340006 / KG ZA 23-254
Rechtbank Noord-Holland · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2023:5065, Rechtbank Rotterdam, 07-06-2023, C/10/649809 / HA ZA 22-1029
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Burgerlijk Procesrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 december 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; Intellectueel-eigendomsrechtZaaknummer
C/09/627720
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:21532