Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2024:22874Bestuursrecht

ECLI:NL:RBDHA:2024:22874, Rechtbank Den Haag, 10-06-2024, AWB 23/7750 — RBDHA:2024:22874

Samenvatting

Nu de gemachtigde van eiseres zelf aangeeft dat eiseres niet in haar belangen is geschaad, maar het een algemeen punt betreft, ziet de rechtbank geen actueel en reëel belang van eiseres bij de inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank merkt daarbij nog wel op dat het enige verbazing wekt dat de staatssecretaris de algemene situatie ten aanzien van de tekst op verblijfsdocument als die van eiseres nog steeds in stand houdt met de onjuiste nadere opmerking “conform artikel 10 Richtlijn 2004/38/EG”, terwijl dit, zoals de gemachtigde van eiseres op de zitting heeft toegelicht, niet wenselijk is omdat er gevallen bestaan waarin zijn cliënten problemen ervaren met de onjuiste tekst op het verblijfsdocument. Niet valt in te zien waarom de staatssecretaris het er niet juridisch toe leidt dat de onjuiste nadere opmerking niet langer hoeft te worden gebezigd.

Betrokken advocaten

mr. M. de Jong

eiser

JM Advocaten, KERKDRIEL

mr. W.P.C. de Vries

eiser

Hemony Advocatuur, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

10 juni 2024

Rechtsgebied

Bestuursrecht

Zaaknummer

AWB 23/7750

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2024:22874

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Wrakingsverzoek afgewezen: rechter mocht kritische vragen stellen
Rechtbank Den Haag·30 maart 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:6403
Rechtbank Den Haag·25 maart 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:6003
Rechtbank Den Haag·24 maart 2026
Bestuursrecht
RBDHA:2026:6404
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Bestuursrecht