ECLI:NL:RBDHA:2024:2953, Rechtbank Den Haag, 06-03-2024, C/09/635126 / HA ZA 22-773 en C/09/646656 / HA ZA 23-374 — RBDHA:2024:2953
Samenvatting
10711989 RL23-15649 Eindvonnis na eerder tussenvonnis. In het tussenvonnis is reeds geoordeeld dat gedaagde sub 1 was gerechtigd tot partiële ontbinding van de met eiseres sub 3 gesloten franchiseovereenkomst. Deze franchiseovereenkomst hangt nauw feitelijk-economisch samen met (i) de huurovereenkomst tussen gedaagde sub 1 en eiser sub 2 met betrekking tot een winkelruimte en (ii) de koopovereenkomst tussen gedaagde sub 1 en eiseres sub 1 met betrekking tot een winkelinventaris. Vanwege deze nauwe feitelijk-economische samenhang en de verdere omstandigheden van het geval, wordt geoordeeld dat gedaagde sub 1 ook deze huurovereenkomst en koopovereenkomst gerechtvaardigd (partieel) heeft ontbonden. Naar het oordeel van de rechtbank was gedaagde sub 1 echter niet gerechtigd tot ontbinding van de met eiseres sub 1 gesloten geldleningsovereenkomsten en verdere koopovereenkomsten.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBROT:2025:11229, Rechtbank Rotterdam, 17-09-2025, C/10/699856 / HA ZA 25-418
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:12861, Rechtbank Rotterdam, 18-12-2024, C/10/673679 / HA ZA 24-139
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
ECLI:NL:RBROT:2024:5345, Rechtbank Rotterdam, 05-06-2024, C/10/678747 / KG ZA 24-409
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2023:12462, Rechtbank Rotterdam, 20-12-2023, C/10/668072 / KG ZA 23-976
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 maart 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; VerbintenissenrechtZaaknummer
C/09/635126 / HA ZA 22-773 en C/09/646656 / HA ZA 23-374
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:2953