Juristi.nl

ECLI:NL:RBDHA:2024:3669, Rechtbank Den Haag, 29-02-2024, C/09/659416 / FA RK 24-83 — RBDHA:2024:3669

Samenvatting

De verzoeker stelt dat de zorgaanbieder de wet niet in acht heeft genomen en dat hij immateriële schade heeft geleden. De rechtbank overweegt dat op 6 september 2023 de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel is verleend door de rechtbank Rotterdam waarbij de vormen ‘beperking van de bewegingsvrijheid’ en ‘opname in een accommodatie’ zijn beperkt voor de duur van twee weken. Verzoeker is vervolgens op 6 september 2023 op basis van artikel 8:9 Wvggz gedwongen opgenomen. Vanaf dat moment is de duur van twee weken voor deze vormen gaan lopen, waardoor verzoeker dus maximaal tot en met 20 september 2023 gedwongen kon worden opgenomen. De rechtbank erkent dat het bezwaarlijk is voor de vorige zorgaanbieder bij de overplaatsing de zorgaanbieder niet expliciet heeft gewezen op de maximale duur van deze vormen. De maximale termijn van 2 weken is wel expliciet opgenomen op de kennisgeving van de rechtbank Rotterdam van 6 september 2023 die aan de zorgaanbieder is overhandigd. Hierdoor had de zorgaanbieder kunnen en moeten weten dat deze vormen waren beperkt voor de duur van twee weken. Vervolgens is deze beperking ten onrechte niet overgenomen door de administratie van de zorgaanbieder in het elektronisch dossier van verzoeker. De originele kennisgeving is evenwel beschikbaar voor de behandelaren in het elektronisch dossier, waardoor zij deze ook zelf kunnen inzien. Hoewel het in de praktijk wegens praktische redenen gebruikelijk is voor behandelaren om alleen te kijken naar de vormen zoals die zijn ingevoerd door de administratie en daarop te vertrouwen en niet ‘door te klikken’ in het dossier en zelf de originele kennisgeving te bekijken, betekent dat niet dat het de zorgaanbieder niet kan worden verweten dat zij niet op de hoogte waren van de beperking van deze vormen. Bovendien is de schriftelijke uitwerking van de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel van de rechtbank Rotterdam gedateerd op 20 september 2023. Verder heeft de zorgaanbieder verzuimd om de brief ex artikel 8:9 Wvggz van 16 september 2023 en de brief ex artikel 8:12 Wvggz van 3 oktober 2023 aan de advocaat te sturen. Hoewel het ook ten aanzien van dit punt vervelend is voor de zorgaanbieder dat de vorige zorgaanbieder, ondanks meerdere pogingen van de zorgaanbieder, de naam van de advocaat niet heeft doorgegeven, mag dit niet ten koste gaan van de rechtsbescherming van verzoeker en ligt het in de risicosfeer van de zorgaanbieder om ervoor te zorgen dat deze brieven naar de advocaat worden gestuurd. Bovendien had ten tijde van de brief van artikel 8:13 Wvggz de naam van de advocaat inmiddels bekend moeten zijn bij de zorgaanbieder. Door het niet versturen van deze brieven is verzoeker tweemaal onterecht verstoken van rechtsbijstand door zijn advocaat en heeft hij niet (tijdig) met de advocaat over deze beslissingen kunnen spreken. Dat de brieven wel aan verzoeker en zijn schoonzus zijn verstuurd, is niet voldoende om dit gebrek te kunnen ondervangen. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op het voorgaande, de wet niet acht genomen door de zorgaanbieder, waardoor verzoeker van 21 september 2023 tot en met 2 oktober 2023 zonder juridische titel in de instelling heeft verbleven en de brieven ex artikel 8:9 en 8:13 Wvggz niet aan de advocaat van verzoeker zijn verstuurd. Beslissing: De rechtbank: veroordeelt de zorgaanbieder tot betaling van een bedrag van €1160,- (zegge: elfhonderdzestigduizend euro)

Betrokken advocaten

mr. J.C. van den Dries

verzoeker

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

29 februari 2024

Zaaknummer

C/09/659416 / FA RK 24-83

Procedure

Beschikking

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2024:3669

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:5899
Rechtbank Den Haag·24 mrt 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5859
Rechtbank Den Haag·10 mrt 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5858
Rechtbank Den Haag·10 mrt 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5860
Rechtbank Den Haag·10 mrt 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht
RBDHA:2026:5861
Rechtbank Den Haag·10 mrt 2026
Civiel Recht; Personen- En Familierecht