ECLI:NL:RBDHA:2024:4090, Rechtbank Den Haag, 25-03-2024, NL23.24873 — RBDHA:2024:4090
Samenvatting
Derdelanders Oekraïne, terugkeerbesluit, Richtlijn Tijdelijke Bescherming, beroep gegrond, tijdelijke bescherming is niet van rechtswege geëindigd. De staatssecretaris heeft in het besluit van 7 februari 2024 vastgesteld dat de aan eiseres toegekende tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn 2001/55/EG (RTB) van rechtswege eindigt op 4 maart 2024 en dat zij met ingang van die datum niet langer rechtmatig in Nederland verblijft. Daarom heeft de staatssecretaris aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de staatssecretaris zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de tijdelijke bescherming van eiseres per 4 maart 2024 van rechtswege is geëindigd en dat eiseres daarom niet langer rechtmatig in Nederland verblijft. De staatssecretaris verwijst voor zijn motivering naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 januari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:32), waarin de reikwijdte van het Verleningsbesluit zo is uitgelegd dat derdelanders daar niet onder vallen en hun bescherming op grond van de RTB per 4 maart 2024 van rechtswege is geëindigd. Deze motivering kan niet volstaan. De rechtbank stelt vast dat de tekst van artikel 1 van het Verlengingsbesluit voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Zo maakt deze tekst niet duidelijk of de zinsnede “de tijdelijke bescherming die wordt verleend aan ontheemden” moet worden opgevat als een verwijzing naar de personen die op dit moment tijdelijke bescherming ontvangen, zoals eiseres stelt, of als een verwijzing naar de categorieën mensen als bedoeld in artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit waarvoor de tijdelijke bescherming op dit moment wordt toegepast, zoals de staatssecretaris stelt. De rechtbank ziet in de beroepsgronden van eiseres namelijk duidelijke argumenten voor een interpretatie van het Verlengingsbesluit zoals eiseres die voorstaat. Nu concrete aanknopingspunten van de zijde van de staatssecretaris ontbreken ter ondersteuning van het standpunt dat zijn interpretatie de juiste is, is sprake van een motiveringsgebrek. Bij deze stand van zaken kan de vaststelling van de staatssecretaris dat de tijdelijke bescherming van eiseres op grond van de RTB van rechtswege is geëindigd op 4 maart 2024, geen stand houden. Gelet op de redenen voor twijfel aan de juistheid van de uitleg van het Verlengingsbesluit door de staatssecretaris houdt de rechtbank het er thans voor dat de tijdelijke bescherming van eiseres niet van rechtswege is geëindigd op 4 maart 2024, maar eerst eindigt op 4 maart 2025. Onder die omstandigheden behoudt eiseres dus ook haar rechtmatig verblijf tot en met 4 maart 2025. Dat betekent dat het aan eiseres uitgevaardigde terugkeerbesluit wordt vernietigd. Omdat er thans onduidelijkheid bestaat en het de uitleg van Unierecht betreft, heeft de rechtbank zich gebogen over de vraag of er aanleiding bestaat aan het Hof van Justitie van de Europese Unie prejudiciële vragen te stellen. De rechtbank acht dit niet opportuun nu de bescherming op grond van het Verlengingsbesluit en de RTB eindigt op 4 maart 2025 en de kans zeer gering is dat het Hof voor die datum de vragen zal kunnen beantwoorden. In deze zaak wordt niet voldaan aan de strenge voorwaarden voor een spoedprocedure of versnelde procedure en na het verstrijken van de termijn zal het procesbelang aan het beantwoorden van de vragen komen te ontvallen.
Betrokken advocaten
mr. Y. Rikken
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHSHE:2023:960, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 23-03-2023, 200.322.542_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Insolventierecht
ECLI:NL:HR:2021:1538, Hoge Raad, 15-10-2021, 21/02320
Hoge Raad · Bestuursrecht; Belastingrecht
ECLI:NL:RBROT:2021:4621, Rechtbank Rotterdam, 26-05-2021, C/10/609819 /HA ZA 20-1200
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBLIM:2020:9555, Rechtbank Limburg, 01-12-2020, 8779356 AZ VERZ 20-105
Rechtbank Limburg · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2024
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL23.24873
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2024:4090