ECLI:NL:RBDHA:2025:19487, Rechtbank Den Haag, 28-10-2025, 11806952 RP VERZ 25-50537 — RBDHA:2025:19487
Samenvatting
Opzegging van een arbeidsovereenkomst binnen proeftijd. Werknemer heeft feiten aangevoerd die doen vermoeden dat het proeftijdontslag is gegeven omdat werknemer vanuit zijn geloofsovertuiging niet de hand van een vrouwelijke collega wilde schudden. Werkgever is er niet in geslaagd om dat vermoeden te ontkrachten. Dat betekent dat de werkgever indirect onderscheid heeft gemaakt waarvoor naar het oordeel van de kantonrechter geen objectieve rechtvaardiging bestaat. De opzegging van de arbeidsovereenkomst is daarom ongeldig en werknemer heeft recht op een billijke vergoeding.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:26014, Rechtbank Den Haag, 15-12-2025, C/09/695912 / KG ZA 25-1216
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:CRVB:2025:1802, Centrale Raad van Beroep, 10-12-2025, 22/438 WAJONG
Centrale Raad van Beroep · Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:9335, Rechtbank Den Haag, 28-05-2025, 11430657 / 24-23185
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:RBROT:2024:13060, Rechtbank Rotterdam, 20-12-2024, 11316605 VZ VERZ 24-8224
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 oktober 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
11806952 RP VERZ 25-50537
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:19487