Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2025:20450Civiel Recht

ECLI:NL:RBDHA:2025:20450, Rechtbank Den Haag, 05-11-2025, 11754381 — RBDHA:2025:20450

Samenvatting

Eiser vordert in conventie een verklaring voor recht dat hij de huur van de woning op grond van artikel 7:268 lid 2 BW als huurder voortzet. Gedaagde vordert in reconventie ontruiming van de woning. De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of voldaan is aan de voorwaarde dat eiser met zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding moet hebben gehad. De kantonrechter is van oordeel dat eiser met de door hem aangevoerde feiten on omstandigheden heeft aangetoond dat hij met zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gehad. Er is in deze zaak geen sprake van een inwonend kind waarvan te verwachten is dat deze op termijn zal ‘uitvliegen’ om op zichzelf te gaan wonen en de levens van eiser en zijn moeder waren dusdanig op elkaar ingesteld en verweven dat hieruit naar het oordeel van de kantonrechter blijkt dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. De vordering in conventie wordt toegewezen, en de vordering in reconventie wordt afgewezen.

Betrokken advocaten

mr. F.S. van Steenbergen

eiser

Claves Advocaten, LEIDEN

mr. S.E. Roeters van Lennep

eiser

Huisvestingsadvocaten, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

5 november 2025

Rechtsgebied

Civiel Recht

Zaaknummer

11754381

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2025:20450

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Wrakingsverzoek vrouw tegen kantonrechter afgewezen
Rechtbank Den Haag·30 maart 2026
Civiel Recht
Rechter gewraakt na bevooroordeelde brief in huurgeschil
Rechtbank Den Haag·30 maart 2026
Civiel Recht
RBDHA:2026:6622
Rechtbank Den Haag·25 maart 2026
Civiel Recht
RBDHA:2026:6492
Rechtbank Den Haag·25 maart 2026
Civiel Recht
RBDHA:2026:6640
Rechtbank Den Haag·25 maart 2026
Civiel Recht