ECLI:NL:RBDHA:2025:20450, Rechtbank Den Haag, 05-11-2025, 11754381 — RBDHA:2025:20450
Samenvatting
Eiser vordert in conventie een verklaring voor recht dat hij de huur van de woning op grond van artikel 7:268 lid 2 BW als huurder voortzet. Gedaagde vordert in reconventie ontruiming van de woning. De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of voldaan is aan de voorwaarde dat eiser met zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding moet hebben gehad. De kantonrechter is van oordeel dat eiser met de door hem aangevoerde feiten on omstandigheden heeft aangetoond dat hij met zijn moeder een duurzame gemeenschappelijke huishouding heeft gehad. Er is in deze zaak geen sprake van een inwonend kind waarvan te verwachten is dat deze op termijn zal ‘uitvliegen’ om op zichzelf te gaan wonen en de levens van eiser en zijn moeder waren dusdanig op elkaar ingesteld en verweven dat hieruit naar het oordeel van de kantonrechter blijkt dat er sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding. De vordering in conventie wordt toegewezen, en de vordering in reconventie wordt afgewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBOBR:2025:8378, Rechtbank Oost-Brabant, 11-12-2025, 11529635 \ CV EXPL 25-904
Rechtbank Oost-Brabant · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:13706, Rechtbank Rotterdam, 17-11-2025, C/10/710112 / HA ZA 25-1127
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBROT:2025:14571, Rechtbank Rotterdam, 14-11-2025, 11610072 CV EXPL 25-7165
Rechtbank Rotterdam · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
ECLI:NL:GHDHA:2025:2344, Gerechtshof Den Haag, 11-11-2025, 200.333.956/02
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Verbintenissenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
5 november 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel RechtZaaknummer
11754381
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:20450