ECLI:NL:RBDHA:2025:24048, Rechtbank Den Haag, 17-12-2025, 24/3786 — RBDHA:2025:24048
Samenvatting
Eiser ontving sinds 27 maart 2003 een uitkering, als laatst op grond van de Participatiewet (Pw). Het college heeft op 10 november 2023 besloten dat eiser met ingang van 15 maart 2023 geen recht had op een bijstandsuitkering (het primaire besluit). Volgens het college had eiser sinds die laatste datum niet zijn hoofdverblijf op het uitkeringsadres. Door hiervan geen melding te maken heeft eiser volgens het college zijn inlichtingenverplichting geschonden en kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De in de tussenliggende periode aan eiser uitgekeerde bijstand werd teruggevorderd tot een bedrag van € 7.650,25. Beroep ongegrond. College heeft het bestreden besluit voldoende gemotiveerd.
Betrokken advocaten
J. Ameziane
eiser
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:CBB:2026:17, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 20-01-2026, 24/379
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:CBB:2025:605, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 18-11-2025, 24/504
College van Beroep voor het bedrijfsleven · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBROT:2025:14885, Rechtbank Rotterdam, 22-09-2025, 24-030068 (552a Sv) en 25-004271 (552f Sv)
Rechtbank Rotterdam · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:15457, Rechtbank Den Haag, 07-07-2025, AWB - 25 _ 3536
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
17 december 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
24/3786
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:24048