ECLI:NL:RBDHA:2025:25406, Rechtbank Den Haag, 11-12-2025, NL23.20780 — RBDHA:2025:25406
Samenvatting
Het beroep is gegrond omdat de minister het bestreden besluit in beroep van een aanvullende motivering heeft voorzien. De rechtsgevolgen van het bestreden besluit kunnen in stand blijven. De minister heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat aan de asielmotieven afvalligheid van de islam en bekering tot het christendom geen geloof kan worden gehecht. Een van de redenen daarvoor is dat eiser gebruik heeft gemaakt van een voorafgaand aan zijn asielaanvraag onder begeleiding van een juridisch adviseur ingestudeerd asielrelaas. Voor wat betreft de politieke overtuiging van eiser en de risico’s bij terugkeer op de luchthaven heeft de minister zich voldoende deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat hieruit geen gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade volgt. Een reden om eiser internationale bescherming te verlenen is er daarom niet. De afwijzing van de asielaanvraag van eiser houdt stand.
Betrokken advocaten
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1768, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.24392 en NL25.24393
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1760, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.35511
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1759, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.35510
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:141, Raad van State, 14-01-2026, 202300124/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 december 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL23.20780
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:25406