ECLI:NL:RBDHA:2025:25425, Rechtbank Den Haag, 12-12-2025, AWB25/11961 — RBDHA:2025:25425
Samenvatting
Geen aanleiding tot vergoeding van de proceskosten of een eerdere ingangsdatum van de reeds verleende vergunning. Eerder was namelijk onvoldoende door eiser onderbouwd dat sprake was van voldoende invulling van het gezinsleven. Beroep ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. R. Mandersloot
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:22930, Rechtbank Den Haag, 19-11-2025, AMS 24/751 en AMS 24/752
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23987, Rechtbank Den Haag, 29-10-2025, NL25.24415
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:16863, Rechtbank Den Haag, 17-07-2025, 25/2026
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:14218, Rechtbank Den Haag, 16-07-2025, AWB 24/12673
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 december 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
AWB25/11961
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:25425