ECLI:NL:RBDHA:2025:25458, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, NL25.52325 en NL25.52326 — RBDHA:2025:25458
Samenvatting
De rechtbank verklaart het beroep gegrond. De rechtbank constateert dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat verweerder de belangen van de kinderen van eiseres heeft onderzocht en meegewogen. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit niet in overeenstemming met artikel 6 van de Dublinverordening is genomen. Volgens artikel 6 in de Dublinverordening stellen de lidstaten bij alle procedures waarin deze verordening voorziet, het belang van het kind voorop. Om vast te stellen wat het belang van het kind is houden zij in het bijzonder rekening met (onder meer) het welzijn en de sociale ontwikkeling van de minderjarige. Daar komt bij dat verweerder zelf in Informatiebericht 2022/77 (IB 2022/77) heeft opgenomen dat er in alle zaken waar kinderen bij zijn betrokken, het belang van het kind getoetst zal worden als daar aanleiding toe is en dit al snel het geval zal zijn. Ook staat in dit IB 2022/77 vermeld dat verweerder het belang van het kind concreet en specifiek moet toetsen, dat artikel 6 van de Dublinverordening expliciet genoemd zal moeten worden en de betrokken aspecten zoveel mogelijk individueel moeten worden toegespitst. Verweerder heeft voormelde beleidsregels niet, althans niet kenbaar, in de besluitvorming betrokken. Gelet op het voorgaande heeft hij niet deugdelijk gemotiveerd waarom hij geen gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid de behandeling van het asielverzoek van eisers onverplicht aan zich te trekken.
Betrokken advocaten
mr. F.H. van Zanden
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:160, Rechtbank Den Haag, 07-01-2026, NL25.16275
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:475, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL24.27963
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25598, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, NL25.61285
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25596, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, NL25.61281
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
23 december 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.52325 en NL25.52326
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:25458