ECLI:NL:RBDHA:2025:25968, Rechtbank Den Haag, 11-12-2025, SGR 24/5364 — RBDHA:2025:25968
Samenvatting
In het besluit van 6 mei 2024 (het bestreden besluit) op het bezwaar van eiser heeft verweerder bepaald dat eiser over het vierde kwartaal van 2023 recht heeft op de helft van de kinderbijslag, maar dat hij over het derde kwartaal van 2023 en over het eerste kwartaal van 2024 geen recht heeft op (de helft van de) kinderbijslag. De rechtbank is van oordeel dat de Svb op goede gronden heeft vastgesteld dat de co-ouderschapsregeling op de peildatum van het eerste kwartaal van 2024 (1 januari 2024) bestendig niet werd nageleefd, zodat eiser over dat kwartaal geen recht heeft op kinderbijslag en de gehele kinderbijslag aan de moeder moet worden betaald.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:525, Rechtbank Den Haag, 12-01-2026, NL25.23106
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:24930, Rechtbank Den Haag, 22-12-2025, AWB 25-20429 en NL25.51426
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:21472, Rechtbank Den Haag, 11-11-2025, NL25.23020
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:18956, Rechtbank Den Haag, 15-10-2025, C/09/662568 / HA RK 24-122
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Personen- En Familierecht
Gegevens
Datum uitspraak
11 december 2025
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtZaaknummer
SGR 24/5364
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:25968