Rechtbank gebiedt minister alsnog besluit asielaanvraag — RBDHA:2026:1368
Niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom bestuursrecht
Eiser / verzoeker
Anonieme asielzoeker (V-nummer geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
De rechtbank verklaarde het beroep wegens niet tijdig beslissen gegrond en droeg de minister op binnen zestien weken alsnog een besluit te nemen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom.
- Minister heeft niet tijdig beslist op asielaanvraag van 12 maart 2025
- Rechtbank legt minister nieuwe beslistermijn van zestien weken op (8+8 wekenmodel)
- Dwangsom van €100 per dag bij overschrijding, met maximum van €15.000
- Proceskosten van €467 komen voor rekening van de minister
Samenvatting
Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd had beslist op zijn asielaanvraag. De aanvraag was ingediend op 12 maart 2025, maar de wettelijke beslistermijn verstrek zonder dat er een besluit volgde.
Nadat de minister ook na een uitdrukkelijk verzoek van de asielzoeker geen besluit nam binnen twee weken, stapte de man naar de rechter. De rechtbank behandelde de zaak zonder zitting en stelde vast dat de minister inderdaad in gebreke was gebleven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en droeg de minister op alsnog binnen zestien weken een besluit te nemen op de asielaanvraag. Die termijn van zestien weken is gebaseerd op het zogeheten '8+8 wekenmodel', een werkwijze die de hoogste bestuursrechter eerder heeft vastgesteld voor dit soort situaties. De termijn begint te lopen de dag nadat de uitspraak bekend is gemaakt.
Om naleving af te dwingen, legde de rechtbank een dwangsom op. Mocht de minister de nieuwe termijn overschrijden, dan moet hij de asielzoeker honderd euro per dag betalen, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de asielzoeker, vastgesteld op 467 euro.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1763, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, NL25.35573 en NL25.35574
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1369, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.61623
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:849, Rechtbank Den Haag, 21-01-2026, NL25.48670
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:704, Rechtbank Den Haag, 19-01-2026, NL25.42928
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
28 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.61621
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:1368