ECLI:NL:RBDHA:2026:1768, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.24392 en NL25.24393 — RBDHA:2026:1768
Samenvatting
Eiser heeft de Turkse nationaliteit en is in de periode van 1981 tot 2006 werkzaam geweest bij de gendarmerie (of Jandarma) in Turkije. De minister heeft zijn asielaanvraag afgewezen omdat eiser in verband wordt gebracht met het faciliteren van marteling, foltering en (zware) mishandeling, begaan in een intern gewapend conflict tussen de PKK en het Turkse leger. De minister noemt bronnen waaruit volgens hem blijkt dat de bevolking in hoge mate werd onderdrukt en de gendarmerie op wijdverspreide en systematische wijze mensenrechtenschendingen heeft gepleegd. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat de handelingen waarmee eiser in verband wordt gebracht, misdrijven zijn als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag (Vv). De minister heeft voldoende gemotiveerd dat sprake is van ‘knowing participation’. De rechtbank concludeert dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat sprake is van ‘personal participation’. Niet aannemelijk is gemaakt dat eiser zelf de misdrijven heeft gepleegd, hier opdracht toe gaf of hierin faciliteerde. Dit heeft tot gevolg dat de minister onvoldoende deugdelijk heeft gemotiveerd dat artikel 1F van het Vv op eiser van toepassing is. Het beroep is gegrond en de rechtbank draagt de minister op om een nieuw besluit te nemen.
Betrokken advocaten
mr. M.K. Vetzo
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1408, Rechtbank Den Haag, 28-01-2026, NL25.57724 en NL25.57726
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:643, Rechtbank Den Haag, 14-01-2026, NL25.31705
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:141, Raad van State, 14-01-2026, 202300124/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:142, Raad van State, 14-01-2026, 202302916/1/V1
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
30 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.24392 en NL25.24393
Procedure
Voorlopige voorziening+bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:1768