ECLI:NL:RBDHA:2026:1853, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.36078 — RBDHA:2026:1853
Samenvatting
VA. De minister heeft terecht geen aanleiding gezien om de partner van eiser apart te horen. Verder heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de problemen vanwege de relatie van eiser met een Hindoe vrouw niet aannemelijk zijn. Het beroep is ongegrond.
Betrokken advocaten
mr. I. van Es
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1881, Rechtbank Den Haag, 05-02-2026, NL25.42412
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1592, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.60082
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1580, Rechtbank Den Haag, 30-01-2026, NL25.59315
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1280, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.37168
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
4 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.36078
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:1853