Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:2923Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:2923, Rechtbank Den Haag, 16-02-2026, NL25.47804 — RBDHA:2026:2923

Samenvatting

De rechtbank heeft in de tussenuitspraak overwogen dat de minister onder de gegeven omstandigheden, aanleiding had moeten zien om een forensisch medisch onderzoek aan eiser aan te bieden. Omdat de minister geen FMO aan eiser heeft aangeboden, is het bestreden besluit in strijd met artikel 3:2 van de Awb. De minister heeft laten weten geen gebruik te maken van de gelegenheid om het gebrek te herstellen. Beroep gegrond.

Betrokken advocaten

mr. L.H.E. Drenthe

eiser

Drenthe Keur Advocaten, AMSTERDAM

mr. A. Hol

eiser

Fonville en Hol advocaten, ALKMAAR

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

16 februari 2026

Zaaknummer

NL25.47804

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:2923

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter wijst spoedmaatregel asielzoeker af na Dublin-overdracht
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Nigeriaanse man verliest beroep tegen terugkeerbesluit
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter wijst voorlopige voorziening Jordaanse asielzoeker af
Rechtbank Den Haag·2 apr 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht