ECLI:NL:RBDHA:2026:3606, Rechtbank Den Haag, 10-02-2026, NL25.49201 en NL25.58499 — RBDHA:2026:3606
Samenvatting
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de niet-ontvankelijk verklaring van de asielaanvragen niet in stand kan blijven. Verweerder heeft onvoldoende onderbouwd dat Chili als veilig derde land voor eisers kan worden aangemerkt. Naar het oordeel van de rechtbank is, mede gelet op wat zij heeft overwogen onder 5.2, de enkele theoretische mogelijkheid om vluchtelingenstatus aan te vragen in lijn met het Vluchtelingenverdrag onvoldoende om te voldoen aan de voorwaarde van artikel 3.106a, eerste lid, aanhef en onder e van het Vb 2000. Dit staat namelijk op gespannen voet met de grond voor niet-ontvankelijkverklaring, waarbij bescherming op grond van het Vluchtelingenverdrag in Nederland niet nodig is omdat die kan worden verkregen in een derde land. Daarbij hoort dus ook bij, zoals verweerder zelf in IB 2021/8 ook aangeeft, de daadwerkelijke mogelijkheid om beschermd te worden tegen refoulement.
Betrokken advocaten
mr. A.R. Menschaart
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1068, Rechtbank Den Haag, 22-01-2026, NL25.62622
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:308, Rechtbank Den Haag, 07-01-2026, NL25.40246
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:282, Rechtbank Den Haag, 02-01-2026, NL25.40258
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26382, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL24.1968
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
10 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.49201 en NL25.58499
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3606