ECLI:NL:RBDHA:2026:3802, Rechtbank Den Haag, 25-02-2026, NL25.23764 — RBDHA:2026:3802
Samenvatting
De minister heeft de aanvraag asiel voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser volgens hem terug naar Engeland kan (een veilig derde land). Er zijn in eisers geval echter meerdere complicaties. De minister heeft in dit geval niet aannemelijk gemaakt dat eiser daadwerkelijk tot Engeland zal worden toegelaten. Daarnaast is vanwege de specifieke omstandigheden ook de aanwezigheid van een ‘zodanige band’ van eiser met Engeland onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het beroep is gegrond.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:7132, Rechtbank Den Haag, 27-03-2026, NL25.53043
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6352, Rechtbank Den Haag, 23-03-2026, NL26.4696
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6022, Rechtbank Den Haag, 20-03-2026, NL26.4710
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6036, Rechtbank Den Haag, 20-03-2026, NL26.4724
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.23764
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:3802