ECLI:NL:RBDHA:2026:4211, Rechtbank Den Haag, 12-02-2026, 11818653 RP VERZ 25-50555 — RBDHA:2026:4211
Samenvatting
In deze zaak verzoekt Stedin om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verwerende partij. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie tussen partijen. Het voorwaardelijk tegenverzoek van verwerende partij om toekenning van een transitievergoeding wordt toegewezen, omdat de arbeidsovereenkomst op verzoek van Stedin wordt ontbonden. De door verwerende partij verzochte toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen, omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Stedin. Omdat partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren.
Betrokken advocaten
Koerselman Advocaten, ZOETERMEER
SteensmaEven, ROTTERDAM
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBZWB:2025:8744, Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 11-12-2025, 02-327988-24
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23418, Rechtbank Den Haag, 09-12-2025, 09/174434-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23420, Rechtbank Den Haag, 09-12-2025, 09/174427-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:23421, Rechtbank Den Haag, 09-12-2025, 09/174427-24 (ontneming)
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Civiel Recht; ArbeidsrechtZaaknummer
11818653 RP VERZ 25-50555
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:4211