Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:4211Civiel Recht; Arbeidsrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:4211, Rechtbank Den Haag, 12-02-2026, 11818653 RP VERZ 25-50555 — RBDHA:2026:4211

Samenvatting

In deze zaak verzoekt Stedin om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verwerende partij. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat er een redelijke grond is voor ontbinding, te weten een ernstig en duurzaam verstoorde arbeidsrelatie tussen partijen. Het voorwaardelijk tegenverzoek van verwerende partij om toekenning van een transitievergoeding wordt toegewezen, omdat de arbeidsovereenkomst op verzoek van Stedin wordt ontbonden. De door verwerende partij verzochte toekenning van een billijke vergoeding wordt afgewezen, omdat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Stedin. Omdat partijen over en weer in het (on)gelijk zijn gesteld en geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten tussen partijen te compenseren.

Betrokken advocaten

mr. D.E. van der Wiel

Koerselman Advocaten, ZOETERMEER

mr. J.H. Even

SteensmaEven, ROTTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

12 februari 2026

Zaaknummer

11818653 RP VERZ 25-50555

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:4211

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:4786
Rechtbank Den Haag·5 mrt 2026
Civiel Recht; Arbeidsrecht
RBDHA:2026:3670
Rechtbank Den Haag·18 feb 2026
Civiel Recht; Arbeidsrecht
RBDHA:2026:3217
Rechtbank Den Haag·18 feb 2026
Civiel Recht; Arbeidsrecht
RBDHA:2026:3049
Rechtbank Den Haag·13 feb 2026
Civiel Recht; Arbeidsrecht
RBDHA:2026:1975
Rechtbank Den Haag·12 feb 2026
Civiel Recht; Arbeidsrecht