ECLI:NL:RBDHA:2026:475, Rechtbank Den Haag, 06-01-2026, NL24.27963 — RBDHA:2026:475
Samenvatting
Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat sprake is van een geringe economische en sociale binding van eiseres met Iran. Verweerder mocht niet als zelfstandige grond tegenwerpen dat het doel en omstandigheden van het voorgenomen verblijf van eiseres onvoldoende zijn aangetoond. Ook heeft verweerder zich onvoldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres niet beschikt over voldoende middelen voor haar bezoek aan Nederland. Verweerder moet alsnog een hoorzitting laten plaatsvinden, want het bezwaar kon niet als kennelijk ongegrond worden afgedaan. Het bestreden besluit kan geen stand houden. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat verweerder gebruikt heeft gemaakt van het algoritme IOB bij de besluitvorming.
Betrokken advocaten
mr. F.H. van Zanden
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RVS:2026:413, Raad van State, 26-01-2026, 202501857/1/V3
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RVS:2026:182, Raad van State, 16-01-2026, BRS.25.002641
Raad van State · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:531, Rechtbank Den Haag, 12-01-2026, NL26.458
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25458, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, NL25.52325 en NL25.52326
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 januari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL24.27963
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:475