ECLI:NL:RBDHA:2026:4807, Rechtbank Den Haag, 03-03-2026, NL23.25796 en NL24.7425 — RBDHA:2026:4807
Samenvatting
Derdelander uit Oekraine. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de facultatieve tijdelijke bescherming heeft kunnen beëindigen per 4 maart 2024 en dat verweerder aan eiser het meest recente terugkeerbesluit heeft kunnen uitvaardigen. Dat dit terugkeerbesluit is uitgevaardigd op het moment dat de bevriezingsmaatregel nog van kracht was, maakt niet dat dit besluit daarom onrechtmatig is. Het terugkeerbesluit levert geen strijd op met eisers privéleven. Eiser krijgt dus geen gelijk.
Betrokken advocaten
mr. J.E. Herlaar
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2025:26800, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, NL25.61294
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26802, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, NL25.61392
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26797, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, NL25.60994 & NL25.61698
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:26886, Rechtbank Den Haag, 31-12-2025, NL25.61397 & NL25.61432
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
3 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL23.25796 en NL24.7425
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:4807