Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:4807Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:4807, Rechtbank Den Haag, 03-03-2026, NL23.25796 en NL24.7425 — RBDHA:2026:4807

Samenvatting

Derdelander uit Oekraine. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de facultatieve tijdelijke bescherming heeft kunnen beëindigen per 4 maart 2024 en dat verweerder aan eiser het meest recente terugkeerbesluit heeft kunnen uitvaardigen. Dat dit terugkeerbesluit is uitgevaardigd op het moment dat de bevriezingsmaatregel nog van kracht was, maakt niet dat dit besluit daarom onrechtmatig is. Het terugkeerbesluit levert geen strijd op met eisers privéleven. Eiser krijgt dus geen gelijk.

Betrokken advocaten

mr. C.E. van Diepen

eiser

LIFT legal advocatuur, GOUDA

mr. J.E. Herlaar

eiser

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

3 maart 2026

Zaaknummer

NL23.25796 en NL24.7425

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:4807

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

Rechter verplicht minister tot besluit over Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Bewaring Poolse asielzoeker blijft rechtmatig ondanks ingediende zienswijze
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Minister opnieuw te laat met mvv-besluit, dwangsom van €100 per dag
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechter dwingt minister tot besluit over Syrische asielaanvraag
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Egyptenaar tevergeefs tegen overdracht naar Zwitserland
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht