ECLI:NL:RBDHA:2026:5137, Rechtbank Den Haag, 12-03-2026, NL25.51927 en NL25.51930 — RBDHA:2026:5137
Samenvatting
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven, omdat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat de gestelde schulden van eiser en de daaruit voortvloeiende problemen ongeloofwaardig zijn. De minister heeft zich ook op goede gronden op het standpunt gesteld dat eisers niet te vrezen hebben voor de autoriteiten door hun Sjiitische geloof of door het lidmaatschap van eiser van een Telegram-groep. Het beroep is daarom ongegrond.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1668, Rechtbank Den Haag, 02-02-2026, NL25.64075
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1258, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.62457
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1267, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.62451
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1269, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.62453
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
12 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.51927 en NL25.51930
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5137