Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:5511Strafrecht

ECLI:NL:RBDHA:2026:5511, Rechtbank Den Haag, 18-03-2026, 09/069634-25 — RBDHA:2026:5511

Samenvatting

Vrijspraak verkrachting van zijn toenmalige en destijds minderjarige stiefdochter. Voor de verklaring van het slachtoffer is onvoldoende steunbewijs in het dossier aanwezig. Mishandeling van zijn toenmalige en destijds minderjarige stiefdochter wel wettig en overtuigend bewezen. Uitgangspunt voor een eenvoudige mishandeling volgens de LOVS-oriëntatiepunten is een geldboete van € 700,-. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat het feit is gepleegd tegen de toenmalige stiefdochter van de verdachte en in de huiselijke kringen. Voorts acht de rechtbank, gelet op de financiële situatie van de verdachte, een geldboete niet passend en geboden. Al met al acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste voorwaardelijke taakstraf passend en geboden. Vordering tot schadevergoeding deels toegewezen.

Betrokken advocaten

mr. R.M. Bissumbhar

verdachte

Advocatenkantoor Bissumbhar, BARNEVELD

mr. N. Bakker

verdachte

SteensmaEven, ROTTERDAM

mr. M.J.E.J. Coenraad

verdachte

Advocatenkantoor Coenraad, ZANDVOORT

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

18 maart 2026

Rechtsgebied

Strafrecht

Zaaknummer

09/069634-25

Procedure

Eerste aanleg - meervoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:5511

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken