ECLI:NL:RBDHA:2026:5511, Rechtbank Den Haag, 18-03-2026, 09/069634-25 — RBDHA:2026:5511
Samenvatting
Vrijspraak verkrachting van zijn toenmalige en destijds minderjarige stiefdochter. Voor de verklaring van het slachtoffer is onvoldoende steunbewijs in het dossier aanwezig. Mishandeling van zijn toenmalige en destijds minderjarige stiefdochter wel wettig en overtuigend bewezen. Uitgangspunt voor een eenvoudige mishandeling volgens de LOVS-oriëntatiepunten is een geldboete van € 700,-. De rechtbank weegt in strafverzwarende zin mee dat het feit is gepleegd tegen de toenmalige stiefdochter van de verdachte en in de huiselijke kringen. Voorts acht de rechtbank, gelet op de financiële situatie van de verdachte, een geldboete niet passend en geboden. Al met al acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste voorwaardelijke taakstraf passend en geboden. Vordering tot schadevergoeding deels toegewezen.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:GHAMS:2023:45, Gerechtshof Amsterdam, 10-01-2023, 200.310.592/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHAMS:2022:2099, Gerechtshof Amsterdam, 19-07-2022, 200.298.706/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:GHDHA:2022:224, Gerechtshof Den Haag, 22-02-2022, 200.297.476
Gerechtshof Den Haag · Civiel Recht; Arbeidsrecht
ECLI:NL:GHSHE:2021:3862, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 28-12-2021, 200.272.387_01
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · Civiel Recht; Arbeidsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
18 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
09/069634-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5511