ECLI:NL:RBDHA:2026:5516, Rechtbank Den Haag, 06-02-2026, NL25.63076 — RBDHA:2026:5516
Samenvatting
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Verweerder heeft ondeugdelijk gemotiveerd waarom de laagste gradatie van willekeurig geweld als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Kwalificatierichtlijn in Syrië van toepassing is.
Betrokken advocaten
mr. A.E. van der Burg
eiser
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1270, Rechtbank Den Haag, 27-01-2026, NL25.62577
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:27113, Rechtbank Den Haag, 19-12-2025, NL25.17854
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25482, Rechtbank Den Haag, 18-12-2025, NL25.53337 (beroep) en NL25.53338 (voorlopige voorziening)
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:27209, Rechtbank Den Haag, 11-12-2025, NL25.17349
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
6 februari 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL25.63076
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:5516