Moord in Voorschoten: man veroordeeld voor doodsteken buurman — RBDHA:2026:6394
moord / doodslag / noodweer(exces)
Eiser / verzoeker
Officier van justitie mr. M.A. Visser
Verweerder / gedaagde
Verdachte (geboren 1983)
Verdachte veroordeeld voor moord; de exacte strafmaat is niet uit de gepubliceerde uitspraak af te leiden, maar schuldigverklaring aan opzettelijke levensberoving staat vast.
- Rechtbank stelt vol opzet op de dood vast op grond van het gericht en krachtig meermalen insteken in de borstregio, waarbij het mes afbrak en het slachtoffer daarna zonder hulp werd achtergelaten.
- Beroep op (putatief) noodweer(exces) verworpen wegens ontbreken van feitelijke grondslag: geen getuigen, geen objectieve ondersteuning en inconsistente verklaringen van de verdachte.
- Zware intoxicatie (circa anderhalve fles whiskey, bier en cocaïne) deed afbreuk aan de betrouwbaarheid van de verklaringen van de verdachte over de toedracht.
- Forensisch bewijs toonde aan dat het hart, de lichaamsslagader, beide borstholtes en een long waren geperforeerd; één steekwond was 12 cm diep — gelijk aan de lemmetlengte.
- Verdachte bekende het letsel te hebben veroorzaakt; vrijspraak werd door de verdediging niet bepleit.
Samenvatting
In de vroege ochtend van 1 juni 2024 werd een man zwaargewond aangetroffen in de gang van een woning aan de rand van Voorschoten. Hulpdiensten probeerden hem ter plekke te reanimeren, maar tevergeefs: om vijf uur 's ochtends overleed het slachtoffer aan zijn verwondingen. Hij was meerdere malen diep in de borst gestoken met een mes.
De verdachte, een man geboren in 1983, bekende dat hij het dodelijke letsel had toegebracht. Die nacht had hij samen met het slachtoffer en anderen tijd doorgebracht bij buren in de straat, waarbij hij grote hoeveelheden alcohol en cocaïne had gebruikt. Zijn eigen partner woonde in de woning waar het slachtoffer later stierf.
Voor de rechtbank voerde de verdediging aan dat de verdachte had gehandeld uit zelfverdediging. Teruggekeerd naar zijn woning zou hij in het donker zijn verrast door een klap tegen zijn hoofd. In de veronderstelling dat een inbreker hem aanviel, zou hij in paniek om zich heen hebben geslagen — met het mes nog in zijn handen. Daarna vluchtte hij in zijn auto en werd later door de politie aangehouden, mogelijk in een psychose of toestand van ernstige opwinding.
De rechtbank verwierp dit verweer. Er waren geen getuigen van de confrontatie en objectieve steun voor de lezing van de verdachte ontbrak volledig. Bovendien was hij zo zwaar onder invloed dat zijn waarneming en geheugen ernstig beperkt waren geweest. Zijn verklaringen bij politie en ter terechtzitting bevatten bovendien tegenstrijdigheden, zowel over zijn eigen handelen als over dat van het slachtoffer. De rechtbank achtte de door de verdediging geschetste toedracht dan ook onvoldoende aannemelijk.
Ook het aard en de ernst van het geweld wogen zwaar. Het slachtoffer was meerdere malen gericht in de borstregio gestoken met een mes met een lemmet van ruim twaalf centimeter. Het mes doorboorde onder meer het hart, de lichaamsslagader, beide borstholtes en een long. Eén steekwond bij het hart was twaalf centimeter diep — zo diep dat het lemmet volledig in het lichaam drong en afbrak. De rechtbank concludeerde dat dit handelen naar zijn uiterlijke verschijningsvorm onmiskenbaar gericht was op het toebrengen van dodelijk letsel. Van opzet op de dood was dan ook volledig sprake. Dat de verdachte het slachtoffer zwaargewond achterliet zonder hulp te roepen, versterkte dat oordeel.
De rechtbank verklaarde bewezen dat de verdachte op 1 juni 2024 in Voorschoten het slachtoffer opzettelijk van het leven beroofde. Het beroep op (putatief) noodweer(exces) werd verworpen. De verdachte werd schuldig bevonden aan moord.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1510, Rechtbank Den Haag, 02-02-2026, 09/391984-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:529, Rechtbank Den Haag, 13-01-2026, 09/388374-24
Rechtbank Den Haag · Strafrecht
ECLI:NL:GHAMS:2025:130, Gerechtshof Amsterdam, 21-01-2025, 200.307.169/01
Gerechtshof Amsterdam · Civiel Recht
ECLI:NL:RBDHA:2024:20977, Rechtbank Den Haag, 11-12-2024, C/09/653930 / HA ZA 23-824
Rechtbank Den Haag · Civiel Recht; Aanbestedingsrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
StrafrechtZaaknummer
09/181147-24
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6394