Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:6584Civiel Recht; Verbintenissenrecht

Inter-Psy wint kort geding over omzetplafond Zilveren Kruis — RBDHA:2026:6584

zorgcontractering / omzetplafond geestelijke gezondheidszorg

Eiser / verzoeker

Inter-Psy B.V.

VS

Verweerder / gedaagde

Zilveren Kruis Zorgverzekeringen N.V. c.s.

Zilveren Kruis c.s. worden veroordeeld het omzetplafond van Inter-Psy voor 2025 te verhogen, omdat de verlaging op onrechtmatige gronden was gebaseerd.

  • Zilveren Kruis verlaagde het omzetplafond van Inter-Psy mede vanwege een schuld van zustervennootschap IPGGZ, wat rechtens niet is toegestaan omdat Inter-Psy een zelfstandige rechtspersoon is
  • Een eerder kort geding (december 2024) had al geoordeeld dat verrekening van de IPGGZ-vordering met betalingen aan Inter-Psy niet was toegestaan; Zilveren Kruis accepteerde dat vonnis maar handhaafde het verlaagde plafond
  • Inter-Psy tekende het contract voor 2025 onder protest vanwege dreiging van faillissement en de onmogelijkheid een alternatief te vinden
  • De voorzieningenrechter oordeelde dat het omzetplafond op onrechtmatige grondslag was vastgesteld en beval verhoging ervan

Samenvatting

De Groningse ggz-aanbieder Inter-Psy heeft een kort geding gewonnen tegen Zilveren Kruis en drie zusterverzekeraars over de hoogte van het omzetplafond voor geestelijke gezondheidszorg in 2025. Zilveren Kruis had het plafond fors verlaagd, van ruim 5,7 miljoen euro in 2024 naar minder dan 4,5 miljoen euro. Inter-Psy stelde dat die verlaging onrechtmatig was en haar in ernstige financiële problemen zou brengen.

De aanleiding voor de verlaging lag deels in een conflict over een schuld van een zustervennootschap van Inter-Psy, IPGGZ B.V., aan Zilveren Kruis. Die zustervennootschap had volgens de verzekeraar onverschuldigd betaald zorggeld ontvangen en moest dat terugbetalen. Zilveren Kruis gebruikte dit als argument om het omzetplafond van Inter-Psy voor 2025 te verlagen. Inter-Psy tekende het contract uiteindelijk onder protest, omdat weigeren zou kunnen leiden tot faillissement en het stopzetten van zorg aan patiënten.

Een eerder kort geding, in december 2024, had al uitgewezen dat Zilveren Kruis de vordering op IPGGZ niet zomaar mocht verrekenen met betalingen aan Inter-Psy. Zilveren Kruis ging niet in hoger beroep en startte ook geen bodemprocedure. Toch bleef de verzekeraar het verlaagde omzetplafond hanteren, terwijl Inter-Psy inmiddels meer personeel had aangetrokken en meer patiënten kon behandelen dan het plafond toestond. In haar ophogingsverzoek van juni 2025 vroeg Inter-Psy om een verruiming van 1,8 miljoen euro, wijzend op groeiende wachtlijsten in Noord-Nederland en Noord-Holland en een personeelsbestand dat met tien procent was gestegen.

De voorzieningenrechter oordeelde dat Zilveren Kruis bij het vaststellen van het omzetplafond voor 2025 ten onrechte rekening had gehouden met de schuld van de zustervennootschap IPGGZ. Inter-Psy is een zelfstandige rechtspersoon en kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor verplichtingen van een andere vennootschap, ook al hebben zij dezelfde uiteindelijke eigenaar. Bovendien had de rechter in december 2024 al vastgesteld dat de gestelde toezeggingen van Inter-Psy over terugbetaling onvoldoende aannemelijk waren geworden.

De rechtbank concludeerde dat het omzetplafond voor 2025 op een onrechtmatige grondslag was vastgesteld en dat Zilveren Kruis Inter-Psy niet op deze manier kon benadelen. De verzekeraar werd veroordeeld om het omzetplafond te verhogen, zodat Inter-Psy de zorg kan leveren waarvoor zij capaciteit heeft en waarnaar patiënten wachten.

Betrokken advocaten

mr. K. Mous

eiser

Dirkzwager, ARNHEM

mr. E. Beekman

eiser

Dirkzwager, ARNHEM

mr. S.C. Bezemer

verweerder

Loyens & Loeff, AMSTERDAM

mr. S.V.C. de Kroon

verweerder

Loyens & Loeff, AMSTERDAM

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

26 maart 2026

Zaaknummer

C/09/699157 / KG ZA 26/141

Procedure

Eerste aanleg - enkelvoudig

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:6584

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:6018
Rechtbank Den Haag·19 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:6019
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:5733
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:5742
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht
RBDHA:2026:5734
Rechtbank Den Haag·18 maart 2026
Civiel Recht; Verbintenissenrecht