Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:6661
niet tijdig beslissen op asielaanvraag / dwangsom bestuursrecht
Eiser / verzoeker
asielzoeker (naam geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
minister van Asiel en Migratie
Beroep wegens niet tijdig beslissen gegrond verklaard; minister moet binnen zestien weken beslissen op de asielaanvraag, met een dwangsom van €100 per dag (max. €15.000) bij overschrijding en proceskosten van €467.
- Minister overschreed de wettelijke beslistermijn op de asielaanvraag van 12 juli 2025
- Rechtbank verklaart beroep kennelijk gegrond zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb
- Nieuwe beslistermijn van zestien weken opgelegd conform het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak
- Rechterlijke dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van de termijn
- Minister veroordeeld tot betaling van proceskosten ad €467
Samenvatting
Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd een beslissing nam op zijn asielaanvraag. De aanvraag werd ingediend op 12 juli 2025, maar de wettelijke beslistermijn verstreek zonder dat de minister een besluit nam.
Nadat de termijn was overschreden, sommeerde de asielzoeker de minister via zijn advocaat om alsnog binnen twee weken te beslissen. Toen ook dat uitbleef, stapte hij naar de rechter. De rechtbank Den Haag (zittingsplaats Groningen) behandelde de zaak zonder zitting en verklaarde het beroep kennelijk gegrond.
Bij het vaststellen van een nieuwe beslistermijn sloot de rechtbank aan bij het zogenoemde '8+8 wekenmodel', een werkwijze die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State eerder heeft vastgelegd. Dit model geeft de minister in principe zestien weken de tijd om alsnog een besluit te nemen, te rekenen vanaf de dag na bekendmaking van de uitspraak.
Om naleving af te dwingen, legt de rechtbank een dwangsom op. Voldoet de minister niet aan de nieuwe termijn, dan moet hij de asielzoeker €100 per dag betalen, met een maximum van €15.000. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten: €467.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:488, Rechtbank Den Haag, 13-01-2026, NL25.29178
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:491, Rechtbank Den Haag, 13-01-2026, NL24.47985
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:168, Rechtbank Den Haag, 07-01-2026, NL25.29366
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2025:25423, Rechtbank Den Haag, 23-12-2025, NL25.13068
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
26 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.6650
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6661