Juristi.nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:6684Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechter ontdekt fraude: 19 asielzoekers gebruikten zelfde adres en businessplan — RBDHA:2026:6684

verblijfsvergunning / voorlopige voorziening / associatierecht EU-Turkije / procedurefraude

Eiser / verzoeker

Verzoeker (vreemdeling, onbekende woon- of verblijfplaats)

VS

Verweerder / gedaagde

Minister van Asiel en Migratie

Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht, waarbij de rechter fraude constateerde en het niet-betalen niet verontschuldigbaar achtte.

  • Griffierecht niet betaald en niet verontschuldigbaar geacht vanwege aanwijzingen van georganiseerd misbruik
  • In minstens 19 vergelijkbare zaken werd hetzelfde postadres op een bedrijventerrein gebruikt
  • In 17 zaken werd hetzelfde ondernemingsplan ingediend, in dit geval zelfs met de naam van een andere vreemdeling erin
  • Verzoeker is onbekend in de basisregistratie personen en daadwerkelijke verblijfplaats kon niet worden vastgesteld
  • Verzoek niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling van de verblijfsaanvraag

Samenvatting

Een vreemdeling die een voorlopige voorziening had gevraagd na afwijzing van zijn verblijfsvergunning, zag zijn verzoek afgewezen worden door de voorzieningenrechter van Rechtbank Den Haag. De zaak kreeg een opmerkelijke wending toen de rechtbank een patroon ontdekte dat wees op grootschalige fraude met aanvragen op basis van het associatierecht EU-Turkije.

De griffie van de rechtbank had de verzoeker een brief gestuurd met het verzoek griffierecht te betalen, maar deze brief keerde onbestelbaar terug. Nader onderzoek wees uit dat in minstens negentien vergelijkbare zaken hetzelfde postadres werd opgegeven, op een bedrijventerrein. De verzoeker bleek ook niet ingeschreven te staan in de basisregistratie personen, waardoor zelfs zijn daadwerkelijke verblijfplaats — laat staan of hij überhaupt in Nederland woont — niet kon worden vastgesteld.

Nog opvallender was een tweede bevinding van de voorzieningenrechter: in zeventien van die negentien zaken bleek hetzelfde ondernemingsplan te zijn ingediend. In het verzoek van deze verzoeker was zelfs de naam van een andere vreemdeling niet verwijderd uit het ingediende plan. Ook de inhoud en opmaak van de verzoekschriften vertoonden grote onderlinge gelijkenissen, wat sterk doet vermoeden dat sprake is van gecoördineerde en mogelijk georganiseerde misbruik van de asielprocedure.

De voorzieningenrechter oordeelde dat het niet-betalen van het griffierecht onder deze omstandigheden niet verontschuldigbaar was. Normaal gesproken kan iemand die geen griffierecht betaalt, claimen dat hij daar een goede reden voor had — maar gezien de aanwijzingen van fraude zag de rechter daarvoor geen enkele aanleiding. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom niet-ontvankelijk verklaard, zonder inhoudelijke beoordeling van de onderliggende verblijfsaanvraag.

Betrokken rechters

Gerelateerde uitspraken

Gegevens

Datum uitspraak

25 maart 2026

Zaaknummer

25/24091

Procedure

Voorlopige voorziening

ECLI

ECLI:NL:RBDHA:2026:6684

Bekijk op rechtspraak.nl

Recente uitspraken

RBDHA:2026:8395
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8415
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8386
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8440
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
RBDHA:2026:8438
Rechtbank Den Haag·9 april 2026
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht