Rechter stuit op mogelijke fraude bij massa-asielverzoeken Turkse zelfstandigen — RBDHA:2026:6734
vreemdelingenrecht / verblijfsvergunning zelfstandige / associatierecht EU-Turkije / mogelijke procesfraude
Eiser / verzoeker
Onbekende vreemdeling (verzoeker)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht en het ontbreken van een geldige handtekening.
- Griffierecht niet betaald ondanks meerdere aanmaningen; beroep op betalingsonmacht afgewezen op basis van eigen ondernemingsplan
- Verzoekschrift niet door verzoeker zelf ondertekend; dezelfde handtekening teruggevonden in minstens 19 vergelijkbare zaken
- In 14 van de 19 zaken identiek verzoekschrift ingediend, in 17 zaken hetzelfde ondernemingsplan
- Verzoeker onbekend in de basisregistratie personen; geen gemachtigde gesteld; verblijfplaats volledig onbekend
- Rechter vermoedt dat onbekende derde op naam van meerdere vreemdelingen handelt via mogelijke fraudeconstructie
Samenvatting
Een vreemdeling die een verblijfsvergunning aanvroeg op basis van het associatierecht EU-Turkije, kreeg zijn verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Maar de rechter ontdekte daarbij iets opmerkelijks: achter dit ene verzoek gaat mogelijk een grootschalige fraudeconstructie schuil.
De zaak begon eenvoudig genoeg. De man had in oktober 2025 een verblijfsvergunning aangevraagd als zelfstandige ondernemer. De minister wees die aanvraag af, waarna de man bezwaar maakte en tegelijkertijd vroeg om een voorlopige voorziening bij de rechtbank. Daarvoor moest hij griffierecht betalen: €194. Hij deed een beroep op betalingsonmacht, maar dat werd afgewezen omdat uit zijn eigen ondernemingsplan bleek dat hij voldoende eigen vermogen had.
Vervolgens bleek het onmogelijk de betalingsnota te bezorgen. Een aangetekende brief werd herhaaldelijk teruggestuurd. Andere brieven kwamen retour met de mededeling dat de geadresseerde onbekend was. Ook in de basisregistratie personen was de man niet te vinden. Zijn verblijfplaats is volledig onbekend.
Daar bleef het niet bij. De griffie signaleerde dat post in dit soort zaken opvallend vaak onbestelbaar terugkwam. Nader onderzoek bracht een patroon aan het licht dat de rechter reden gaf tot serieuze zorg. In minstens negentien vergelijkbare zaken bleek hetzelfde postadres te zijn opgevoerd — een bedrijventerrein waar meerdere bedrijven gevestigd zijn. In zestien van die negentien zaken was het verzoekschrift voorzien van precies dezelfde handtekening. In veertien zaken was een vrijwel identiek verzoekschrift ingediend. En in zeventien zaken was hetzelfde ondernemingsplan gebruikt — ook in de zaak van deze verzoeker.
De rechter trok daaruit een duidelijke conclusie: de handtekening op het verzoekschrift kan onmogelijk van de verzoeker zelf zijn. Iemand anders handelt op naam van deze en vermoedelijk tientallen andere vreemdelingen. Er heeft zich echter geen gemachtigde gesteld, en omdat de verblijfplaats van de verzoeker onbekend is, valt dit niet te verifiëren of te confronteren.
De voorzieningenrechter verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk: het griffierecht is niet betaald én het verzoekschrift is niet door de verzoeker zelf ondertekend, wat in strijd is met de wet. De rechter zag geen reden om het niet-betalen verontschuldigbaar te achten of de man nog een kans te geven het verzoek te herstellen. Het verzoek werd dan ook zonder inhoudelijke beoordeling afgedaan.
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
Rechter trapt massafraude met verblijfsaanvragen: 19 zaken, één handtekening
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6705, Rechtbank Den Haag, 25-03-2026, 25/22939
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6699, Rechtbank Den Haag, 25-03-2026, 25/22805
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:6729, Rechtbank Den Haag, 25-03-2026, 25/23616
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
25 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
25/23044
Procedure
Voorlopige voorziening
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6734