Rechter dwingt minister tot besluit over asielaanvraag met dwangsom — RBDHA:2026:6817
asiel / niet tijdig beslissen / dwangsom
Eiser / verzoeker
Asielzoeker (naam geanonimiseerd)
Verweerder / gedaagde
Minister van Asiel en Migratie
Beroep gegrond verklaard; minister krijgt zestien weken om alsnog te beslissen op de asielaanvraag, op straffe van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000, en moet €467 aan proceskosten vergoeden.
- Beslistermijn op asielaanvraag van 30 mei 2025 is verstreken zonder besluit van de minister
- Rechtbank legt nieuwe beslistermijn van zestien weken op op basis van het '8+8 wekenmodel' van de Afdeling bestuursrechtspraak
- Dwangsom van €100 per dag (maximaal €15.000) bij overschrijding van de nieuwe beslistermijn
- Minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €467
Samenvatting
Een asielzoeker heeft met succes beroep ingesteld omdat de minister van Asiel en Migratie niet op tijd heeft beslist op zijn asielaanvraag van 30 mei 2025. De rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, oordeelde dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is.
De asielzoeker diende zijn aanvraag in op 30 mei 2025, maar de wettelijke beslistermijn verstrek zonder dat de minister een beslissing nam. Nadat de man de minister nog eens uitdrukkelijk had gevraagd binnen twee weken te beslissen en ook die termijn zonder reactie verstreek, stapte hij naar de rechter. De rechtbank deed de zaak zonder zitting af.
De rechtbank stelde vast dat de minister inderdaad te laat is en legde hem een nieuwe beslistermijn op van zestien weken, te rekenen vanaf de dag na bekendmaking van de uitspraak. Die termijn is gebaseerd op het zogenoemde '8+8 wekenmodel' dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State hanteert bij dit soort zaken.
Om te zorgen dat de minister zich ook daadwerkelijk aan de nieuwe termijn houdt, koppelde de rechter er een dwangsom aan. Voor elke dag dat de minister de zestien weken overschrijdt zonder te beslissen, is hij honderd euro verschuldigd aan de asielzoeker, met een maximum van vijftienduizend euro. Daarnaast moet de minister de proceskosten van de asielzoeker vergoeden, vastgesteld op 467 euro.
Betrokken advocaten
Betrokken rechters
Gerelateerde uitspraken
ECLI:NL:RBDHA:2026:1869, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.51743
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1868, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.51742
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1859, Rechtbank Den Haag, 04-02-2026, NL25.45802
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
ECLI:NL:RBDHA:2026:1519, Rechtbank Den Haag, 29-01-2026, 26.2268, 26.2271, 26.2273, 26.2274, 26.2278, 26.2279, 26.2280, 26.2281, 26.2285, 26.2291, 26.2293
Rechtbank Den Haag · Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Gegevens
Datum uitspraak
27 maart 2026
Instantie
Rechtbank Den HaagRechtsgebied
Bestuursrecht; VreemdelingenrechtZaaknummer
NL26.7572
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:6817